Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het moderamen bestond uit de predikanten van Delft en Antwerpen, Middelburg en Dordrecht. Aan een zuil van Hollands Kerk was de voorzittershamer wèl betrouwd. Arnoldus Cornelii of Cornelissen stond in Zuid-Holland vooral om de deugd der gematigdheid bekend. Zijn assessor was op één punt zijn tegenvoeter. Ysbrand Balck of Isebrandus Trabius, die bij Luther noch Calvijn zich aansloot, was minder kerkelijk gezind. Hij zou althans weigeren, het besluit der Middelburgsche synode betreffende Coolhaes te onderteekenen. Meer nog dan de verdienstelijke scriba was zijn secundus Hendrik Van den Corput een man van gewicht. 1).

Uit Friesland nam de niet streng rechtzinnige verbondstheoloog Gellius Hotsenius Snecanus of Jelle Hotzes als predikant van Leeuwarden aan de beraadslagingen deel. Hij was het eens met Gregorius van Nazianze, die zeide dat hij van een kerkvergadering altoos slechter thuiskwam2). Zijn mede-gedeputeerde en ambtgenoot Ruardus Acronius was een ruwe alberisper, het hoofd vol geleerdheid, het hart vol onrust. Liefelijker verschijning mocht de heilfontein Johannes Fontanus heeten, die door Gelderlands hoofdstad was afgevaardigd. Een andere streng rechtzinnige ijveraar was Hermannus Moded uit Utrecht. Hoofsche beschaving zag zich waardig vertegenwoordigd door den geëerden hofprediker Jan Taffin, met Louis

gedrukten Catalogus No. I, 3, 5. Foutieve opgave bij J. W. te Water, Kort verhaal <1. reform, v. Zeeland 1766, blz. 347—349; zie voor afgevaardigden uit Zeeland zijn Bylaagen blz. 7'2. Foutieve spelling soms bij Hooyer, 193—190. Verbeterde opgaaf bij prof. Uutgers, 339—341 en 356—361.

1) Zie over de gematigdheid van Cornelissen, Balck en Van den Corput Ds. Knipseheer, 71—73 en 175. Aanteekening der synode betreffende weigering van lialck, zie Rutgers 372. Waarschijnlijk is Balck vóór de eindzitting vertrokken, zoodat in zijn plaats een ander in hel moderamen gekozen werd. Later was hij een zeer ijverige bestrijder der gevoelens van Coolhaes. Ypey en Dermout, II. Aanteek. blz. 7'2.

1) L)s. Knipseheer, 171—174.

Sluiten