Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De boekencensuur der synode is niet bevreemdend. Wel, dat een voormalige president eener synode omzijn catechismus-uitgave „vermaand" werd, wijl zulks „bij een particulier persoon op zijn eigen naam, zonder voorgaand beraad der Kerken, niet behoorde gedaan te worden". De hooggeëerde Gaspar Van der Heyden was niet weinig verbolgen '). Doch de synode oordeelde terecht, dat Geloofsbelijdenis en Catechismus kerkkleinoodiën zijn, waarover niet een particulier persoon maar de Kerk zeggenschap heeft.

De Villiers werd uitgenoodigd te schrijven tegen den banbrief van den koning van Spanje. Aan de classis Amsterdam droeg de synode het overzetten op van een boek der theologen van Neustadt „contra formulam concordiae ab vbiquitariis editam" [geschreven tegen de Vrome eendracht of het Bergsche boek, door de ultraLutherschen uitgegeven]2).

Voor de eerste maal zag een Nederlandsche synode zich geplaatst voor de allermoeilijkste vraag, waaraan twee eeuwen zouden arbeiden, de vraag naar de verhouding van Kerk en Staat. In de Middeleeuwen had de Kerk meer gepraedomineerd over den Staat dan lief was. De nieuwe tijd was zenuwachtig beangst, om andermaal onder den druk nu van een Protestantsch pausdom te geraken. Vandaar een gedurig grijpen van staatslieden naar kerkelijke teugels. Zelfs niet het toestaan van zelfregeering aan de Kerk.

Bijna gelijktijdig met de Kerk begon ten onzent het Calvinisme op te komen. Nu stond Calvijn in hooge mate de eenheid van Staat en Kerk voor. De kerkeraad te Genève bestond voor twee derden uit raadsleden, die

teerd waren om met de Leidsche hoogleeraren over de reformatie der scholen te handelen. Rutgers 353, 371 v., 420, 442 v., 404—466, vooral 465 sub 4.

1) Van Lennep, 158—175 en 245 248; Rutgers, 370 en 420.

2) Rutgers, 371, 418, 438. En 371, 439.

Sluiten