Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheer geheel weerlegt: „Dat het werk van De Bray zooveel mogelijk van boven af der Kerk opgelegd is door enkele mannen". Tevens een uitspraak, die licht verwarring kan stichten. Het bezigen der hedendaagsche partijnamen tot beschrijving der kerkgeschiedenis is hoogst bedenkelijk. Zoo licht ziet men het verschil voorbij. Hier althans is het verschil principieel en radicaal. De huidige liberalen ijveren tegen, Lozeleur en zijn geestverwanten ijverden vóór bijbel- en kerkleer. Geeft het feit dat Lozeleur geen ultra, geen zeloot of drijver was, iemand recht hem ondanks zijn strenge rechtzinnigheid bij de bestrijders van bijbel- en kerkleer in te deelen? En het te doen voorkomen, alsof zijn confessie-liefde niet uit zijn geloofsovertuiging, maar uit de bedoeling tot een boekuitgave mede te werken voortkwam, is één en al misvatting. We mogen die mannen van kracht niet afsnijden van den wortel hunner kracht, het geloof in den borg en middelaar Jezus Christus.

Verklaarden de predikanten door die onderteekening der Belijdenis wat zij voor zich zeiven geloofden, of wat zij anderen leerden en voortaan leeren zouden? Dubbelhartige onoprechtheid, een binnenkamer- en een kanselgeloof bij sommigen hunner onderstellende, heeft men wel durven schrijven: „Ter bereiking van dat doel [een kerkgenootschap opterigten] was derhalve een formulier van ééndragt of éénigheid noodig, door welks onderteekening de predikanten vervolgens verklaarden, niet wat zij geloofden, maar wat zij leerden en voortaan leeren zouden" Deze onteerende onderstelling wordt door artikel 37 der Middelburgsche kerkenordening afdoende weerlegd. Ook ouderlingen en diakenen zouden onderschrijven. Zij die niet gesteld waren om te leeren, legden dus hierdoor een verklaring van hun geloof en niet van hun leer af. Mag men nu zonder eenigen grond hoegenaamd meenen,

1) Ypeij en Dermout, I 4'i'J. Daartegen V. d. Kemp, I 235 v.

Sluiten