Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenwel nochtans een dwaze mond eigen schande uitgekreten, dan bewijst dit slechts dat ook in de groote eeuw euvelmoed bij kerkelijke personen wel voorkwam.

Een kerkdienaar die tegen de Kerk want tegen haar leer krijg voert, een draaibord wat eigen overtuiging betreft, een man die gedurig zijn woord breekt, zulk een ridder van droeve figuur is Deventer's voormalige hervormer in dezen tijd geworden *). Zijn levensbesclnijvei looft hem meer dan der waarheid lief is. Mij lust het niet, aan de langwijlige zaak van Caspar Coolhaes langei dan strikt noodig is aandacht te schenken

Te Leiden is in April 1579 inzonderheid over het verkiezen en afzetten van ouderlingen en diakenen, in het algemeen over het recht van den Staat in keikelijke zaken, geschil ontstaan. De stadsmagistraat, door Coolhaes gediend en gesteund, deed een forschen aanval op het

1) Na zijn vertrek uit Deventer 6 Mei 1567 predikte Coolhaes 3 jaar te Essen en 2 jaar in de Palts, kwam in den winter van 1573te Gorcum aan, en vertrok 1 Juni naar zijn nieuwe standplaats Leiden. Volgens ongeloofelijke berichten deed hij op den dag zelf van het ontzet der stad 3 Oct. 1574 zijn intrede. Weldra was zijn verhouding tot zijn Gereformeerden ambtgenoot Pieter Corneliszoon hoogst gespannen.

2) Hoofdbron had moeten zijn de oorspronkelijke Middelburgsche acta, die verloren zijn. Nu is hoofdbron het van wege de provinciale Hollandsche synode van 1582 uitgegeven oCort eenuoudich ende waerachtich verhael" (vgl. Rutgers 230 en 353), welks opsteller V. d. Corput gematigd en bijzonder vredelievend was (vgl. ds. Knipscheer 72). Niet officieel en sterk persoonlijk is Caspar Coolhaes, «Een cort warachtich verhael" enz. 1610 (titel een halve blz. lang bij Rogge, II137). Niet alleen Wtenbogaert (Kerck. hist. 205) en Brandt (I 673-675), ook I)r. H. C. Rogge is te veel blind voor het verkeerde in Coolhaes' persoon en zaak. »De geleeide schrijver [dr. Rogge] heeft echter den inin degelijken en wankelenden Caspar, als historische figuur, wat hooger verheven, dan hij naar ons oordeel verdient" (Hooijer 192). Juister voorstelling bij Trigland, «Kerckelijke Geschiedenissen", 173 enz., die nog geput heeft uit de oorspronkelijke acta der Midd. synode over de zaak Coolhaes die thans verloren zijn. Of bij Bor, b. XIV fol. 169. Zeer onvolledig en hoogst onbetrouwbaar Ypey en Dermout II, Aant. blz. 67—73. Beste bericht bij Hooijer 187—192 en vooral V. d. Kemp 11, 117—169.

Sluiten