Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht der Kerk om zich zelf te regeeren. Toen de stad haar Justificatie en Coolhaes zijn beide Apologiën uitgaf, liep de maat over. Zelfs zeer gematigden, gesmaad en gescholden, keerden zich tegen hem. De Middelburgsche synode nam Coolhaes een lang verhoor, de provinciale Zuid Hollandsche synode van 1582 zijn ambt af.

Als men nu weet, dat zelfs de Staten van Holland aan Coolhaes het preeken en uitgeven van boeken verboden en aan de Kerk volle vrijheid gaven hem te ontzetten, en de Prins den kerkdijken „magtigen bijstand heeft verleend" (Hooijer), dan behoeft niet breed te worden betoogd, aan welke zijde recht en waarheid stonden. Coolhaes snaterde al te luid tegen de Kerk wier brood hij at en haar regeering, tegen synoden en dassen. Ook week hij reeds bedenkelijk van de Evangelieleer der Kerk af. Zelfs niet streng godsdienstige lieden als de Hollandsche Staten, waren toen nog zoo eerlijk dit af te keuren. Men lette op de zeer merkwaardige uitdrukkingen in hun resolutie van 3 December 1581.

„Is gehoord uit het rapport [der straks te noemen statencommissie]..., dat Casp. Coolhaes, ten volle in Synode is gehoord, dat mede dezelve Coolhaas, zeer onzeker zijnde in zijn gemoed, hem bevonden heeft zeer bezwaard om zijne uitgegeven boeken te revoceren [herroepen] in 't gunt dezelve het gemeene gevoelen der Gereformeerde kerk zijn contrariërende,... zulks dat dezelve Coolhaas hem als een predikant der Gereformeerde kerk niet behoorde gedragen te hebben".

En in de middagzitting van dienzelfden dag „hebben die Staten voorn, verstaan en verklaard, dat die van de Kerke Christi in Synodo op de voorgenoemde censuren tegens den voorn. Coolhaas zullen mogen procederen, zulks als zijl. naar Gods leere en Woorde bevinden zullen te behooren, bijzonder alzoo de voorn. Coolhaas verklaard heeft niet eensgezind te zijn in de leere Christi met die van de Gereformeerde kerk, niettegenstaande dezelve

6

Sluiten