is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Coolhaas hem daar voren in valschen schijn als leeraar lieeft gedragen en gehouden".

„Wij zien uit deze beide besluiten, niet alleen wat wij van Coolhaas te denken hebben, maar ook hoe vast de Staten van Holland nog stonden in het rechte beginsel, dat men, om voor leeraar der Gereformeerde kerk gehouden te mogen worden, moet instemmen met de leer dier kerk en men daarvan niet kan afwijken, zonder zich het leeraarsambt in dezelve onwaardig te maken. Had mfn zich steeds aan dit zoo waarachtige beginsel gehouden, de Staat zou nimmer die schokken, noch de Gereformeerde kerk die onrust en verdeeldheid ondervonden hebben, als welke uit de miskenning van dat beginsel, tot schande onzer Nederlandsche geschiedenis, kort daarop en tot heden toe gevolgd zijn" (Van der Kemp).

Over Coolhaas op de Middelburgsche synode ') schrijft Dr. Rogge:

„Bovendien was hem, op zijn verzoek, de Nederlandsche geloofsbelijdenis gegeven. Toen hij nadere verklaring had verzocht van art. 16, 27 en 31, was hem de oorspronkelijke Fransche confessie overhandigd, omdat dit Hollandsch exemplaar niet zuiver was overgezet. Daarin had Coolhaes bevrediging gevonden, en met de belofte, dat de vertaling zou herzien, verbeterd en op nieuw

1) De zaak die de Middelburgsche synode het langst heeft bezig gehouden is die van Coolhaes geweest. Zie prof. Rutgers 4-20 v. en 363. Het »Cort eenuoudig ende waerachtich verhael" deelt blz. '26 mede, dat »\eel ghedeputeerde in hare Instructie», onder ander ooek de sake van Caspars boecken innebrachten, hoe groote erghernisse ende opspraeck die alomme ghemaeckt hadden". De Corte Memorien bevatten: »Caspar coolhaes ontboden totten synode is gecompareert, met hem veel handelinge gehadt ouer syne boecken, de welcke verworpen syn, ende hy tot sclniltbekenninge etc. gewesen [veroordeeldJ, als breeder inde acten te sien is, maer en heeft nyet geobtempereert [gehoorzaamd], Daeromme vyer omliggende dassen ende eyntelick der prouincie van Suythollant beuolen te procederen tot excommunicatie graiiatim, si perstat in inobedientia etc" [tot afsnijding trapsgewijs, zoo hij in ongehoorzaamheid volhardt!. — Dr Rogge, I 196. 1