Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van doen. De kerkelijke wetten kennen slechts „die leeringe der heylige Propheten ende Apostelen, soo als die begrepen is in de Oude en Nyeuwe Testamente ende sommierl. vervattet in de Catechismus bij de Kercke van Holland aengenomen".

Trigland zegt historisch juist: „dat, gelijck verscheydene vande Politijcke Regenten geen sin en hadden inde Kercken-ordeninghe by de Synoden ghemaeckt; alsoo oock de Synoden, bestaende uyt Opsienders der Kercken, gheen behaghen en hadden in de Concepten vande Kerckenordeninghen die ontworpen wierden by de Politijcke Regenten".

§ 6. De Haagsche synode van 1586.

Op de synoden der prinselijke gematigdheid, van den zeer overvloedigen oogst des Heeren, en van den kerkelijken zin, volgde als vierde en laatste groote kerkvergadering der zestiende eeuw de Haagsche of Leycestersche synode van 1586.

Robert Dudley graaf van Leycester van December 1585 tot '87 met de hoogste autoriteit in ons land bekleed, wekte bijzonder de genegenheid en hoop der kerkelijken. Hoe trouw ging hij ter kerk ja ten avondmaal. Hoe drong hij de predikers van Sint Jacob te Utrecht, zich met de consistorialen te vereenigen. Waartoe kwade trouw bij hem ondersteld? „Het mag nooit vergeten worden, dat hij het erkende hoofd was der Puriteinsche partij van Engeland, welke hij ijverig beschermde al liep hij gevaar er de gunst zijner koningin door te verliezen" ').

1) c. Hooyer, Oude kerkordeningen, 248. Mr. van Aseh van Wijk, De graaf van Leicester te Utrecht, 35. R. Rroersma, Het tusschenbestuur in het Leycestersche tijdvak, Goes 1899.

Sluiten