Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve aan Gods gunst had de Kerk het dan ook aan haar gematigdheid te danken, dat na het wegvallen van dien hoogsten steun haar kerkenordening niet werd „ter zijde gelegd" '). Tevens zal ons uit woord en daad blijken, dat de Kerk van 1586 jegens afwijkenden in de leer hoogst verdraagzaam, en jegens het vermeende recht der overheid in kerkelijke zaken uiterst inschikkelijk is geweest. Het voorspel van den Remonstrantschen strijd bewijst, dat de rechtzinnigheid de worsteling niet strijdlustig gezocht, maar angstig gemeden heeft.

Nog in andere opzichten was de Haagsche synode

blz. 7 zegt Oldenbarnevelt: «Vele predikanten kenden de Ileeren Staten niet meer: verzochten (zonder der Heeren Staten kennisse) aan den Grave van Leycester convocatie van een Synode (dat zij noemden Nationaal)", en op blz. 9 #het gepretendeerde nationaal Synode". Brandt I 714, Wagenaar VIII 152, en Ypeij en Dermout F 344- «hebben het deuntje van Oldenbarnevelt gaan nazingen". Doch »in dat voorbijgaan of niet vooraf raadplegen der Staten was volgens den toestand dier lijden niets onwettigs of strijdigs met de toen wederzijds bezworen Staatsregeling gelegen" (Hooyer). Dat Leycester alleen, zonder Staten, daartoe volle recht had, werd afdoende bewezen door den uitnemenden A. Kluit, Historie der Hollandsche staatsregering, II 121; zie ook Van der Kemp, 1 316, en A. J. van Beeck Calkoen, Observationes aliquot juris pulilici sacri in Hollandia, p. 106. Men zij dus voorzichtig met de uitspraak van dr. Rogge, door ds. Knipscheer 73 aangehaald, dat deze synode «buiten toestemming der Staten gehouden is en op gezag van Leycester vergaderde". En geheel onjnist is de bewering van dr. Rogge 11 65: «Hij [Leycester] leende daarom gereedelijk het oor aan hen, die een nationale synode verlangden, ten einde een kerkordening, geheel in hunnen geest, op te stellen". Want de kerkenordening van 1581, zooals we straks zien zullen, werd onveranderd overgenomen.

1) Ds. Knipscheer 74 beweert, dat na Leycester's vertrek de Haagsche kerkorde wel is «ter zijde gelegd". Doch hij verzuimt te melden, welke ordening er dan voor in de plaats kwam. En vergeet Hooyer 258 te weerleggen: «Over het algemeen heeft de Haagsche [kerkorde] grooten invloed uitgeoefend en is zij, onder vele wijzigingen, de grondslag van het bestuur onzer Nederlandsche hervormde kerk gebleven (Ypeij en Dermout, d. II, bl. 237 en 238)". Zie een lijst der predikanten van Overijssel, die eigenhandig in het synodale boek de kerkenordening van 1586 hebben onderteekend, bij Reitsma en van Veen, Acta V 206 v\, Voorbericht XIX.

Sluiten