Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De herziening der kerkenordening was slechts een sanctie of goedkeuring en bevestiging der voorgaande kerkorde. De geheele opzet, de indeeling in vier hoofdstukken, de rangschikking en woordenkeus der discipline bleef dezelfde. Behoudens kleinigheden is de Haagsche kerkenordening van 1586 conform de Middelburgsche van 1581 >). Zelden blonk schooner beginselvastheid, dan door het zich gelijk blijven der Kerk onder en zonder den druk der Staten.

Ook ons zal dit blijken bij de bespreking der artikelen, die de confessie betreffen. Zijn ze geheel gelijkluidend met die van 1581, dan zoeke de lezer ze aan den voet der bladzijde 2).

Nieuw is artikel 40, dat van geen confessie rept.

„40. Sal oock de Classis daer sulcx noot zijn sal, de vrijheyt hebben eenighe haerder Dienaren van d'eene Classicale vergaderinghe tot de andere te authoriseren, om opsicht te nemen op de leere ende t leven dei Ite-

1018 dat ze spoorloos verdwenen zijn. Ook van de kerkenordening is het authentieke stuk, dooz 23 leden onderteekend, niet meer over. Dus kon prof. Rutgers de acta slechts naar afschriften geven, d. w. z. alleen de kerkenordening en de antwoorden op particuliere vragen. Voor alle andere handelingen der synode moet de kennis van elders verkregen worden, uit ingekomen en uitgaande stukken. Geen afschrift is meer dan anderen betrouwbaar. Twee afschriften bevinden ziet. in het OudArchiet. De kerkenordening werd het eerst uitgegeven in 1612.

1) Waaruit overtuigend blijkt, hoe volkomen onjuist men het soms voorstelt, alsof Leycester door deze synode, en de synode door Leycester hun zin zochten door te drijven. Ypeij en Dermout, 1 345. Had de Kerk reeds in 1581 door haar kerkenordening zich ten uiterste geschikt om met den Slaat vrede te bekomen, in 1580 herhaalde zij haar vredesaanbod, tegelijk den politieke.! «doende professie van de gereformeerde religie wat meer plaats inruimende bij de behandeling van kerkelijke zaken.

Hooijer 252 en 259.

2) De artikelen 4, 16, 19, 49, 51, 54, 65, 73 en 77 komen overeen met de artikelen 4, 13, 12, 38, 40, 43, 50, 65 en 68 der Middelburgsche kerkenordening. Gellius' spotwoord „synodale bepalingen hebben met langer gezag dan tot de eerstvolgende synode" (Ds. Kmpscheer 172) is dus ingeniosius quam verius. Wordt in staatkundige bepalingen nooit iets veranderd?

Sluiten