Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

las. Zijn verpleger liet luid weerklinken, dat hij den beroemden Petrus Dathenus voor de leeringen van David Joris gewonnen had ').

In het vaderland hoorden de vromen met ontroering, dat een voornaam leidsman van naam, van ambt, ja van godsdienstige overtuiging veranderd was. De onthutste Haagsche synode vaardigde den predikant Johannes Gerobulus van Deventer en Dr. Christophorus Pezelius van Bremen af die zich Menso Alting assumeerden, „om in alle vriendschap met hem te spreken". In de Noordduitsche stad Staden vonden zij een zedelijk gebroken man, die na eenige aarzeling onder tranen zijn wankeling beleed, een schriftelijke schuldbekentenis met verwerping van sektarische gevoelens hun ter hand stelde, en hervatting van den heiligen dienst toezegde zoo God krachten schonk.

Den 19den Februari 1590 overleed te Elbing dokter Petrus Montanus, wiens stoffelijk overschot door den magistraat en menigte van burgers en Nederlanders met weemoed ten grave gedragen, en wiens beeldtenis op den grafsteen door de stadsoverheid aan aller eerbiedig aandenken bevolen werd. Wel mocht Te Water een vergelijking maken tusschen Neerlands hagepreeker en Israël's priester Abjathar, die tijdens Salomo zich te veel met staatszaken inliet. En mogen alle predikanten over-

1) Historia vitae doctrinae ac rerum gestarurn Davidis Georgii Ilaeresiarchae, conscripta ab ipsius genero Nicolao Blesdykio edita a Jac. Revio. Daventriae 1061. — Epistola theologorum Baziliensium ad Menzonem Altingium Past. Emd., a Clar. Hottingero producta in Hist. eccles. sec. XVI, P. V p. 511 sq. — Joh. Hoornbeek, Sumin. controv., p. 351, 387. — Tegensehrift van Ubbo Emmius, 1597. — B. ter Haar, Geschied, d. kerkhervorming in tafereelen, II 90 en 196, H. Q. Janssen t. a. p. blz.22 vv. — Levensbeschrijving van David Joris. Door A. M. Cramer, Doopsgez. pred., in Archief van Kist en Royaards, XVI (1845) 1-145. Bijvoegselen tot de levensbeschrijving, van Denzelfden, in XVII, 289—368. Bijdrage tot de kennis der schriften van David Joris, door I. van Harderwijk, in XVIII, 393—411.

Sluiten