Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten overvloede leert dit het slot van artikel 21 hunner bepalingen. Coetus beduidt daarin bijeenkomst(en) deikerkdienaren van een stad en haar dorpen.

„Eyntelyck sullen dese coetus versorgen, dat die bekentenisse der leere van de Nederlantsche gemeynte voergemeldet van eenen yegelyck onderscreven worde, ende dat het artikelscrift van eenen yegelyck gecregen ende doergelesen worde ende alzoo ten eynde oyck onderscreven worde".

Welk een krachtig opbloeien der Noord-Hollandsche kerk in die uiterst bange jaren. Op een synode te Grootebroek April 1574 waren reeds drie en veertig predikanten en tien ouderlingen aanwezig. Voortaan zou de praeses van een coetus de candidaten tot het predikambt uit het Examen van Melanchthon examineeren. En zou de discipline der dienaren geschieden naar de Engelsche ordonnantie, door Johannes è, Lasco en Marten Micron gemaakt. Geen ultra-calvinisme dus.

In de synode van Hoorn 2 April 1576 werd deonderteekening der Belijdenis op nieuw aangedrongen.

„Ten tweeden is daer geordonneert, dat eenen yegelyck coetus sal vercrygen een oprecht ende ongevalscht exemplaer van die belydenisse van die Nederlantsche gemeenten ende eenen yegelycken, die daeronder hooren, tselfde met verstande verhandelen ende oyck onderscryven, gelyck breeder verhaelt staet int artyckelscrift, verhandelt tot Alcmaer anno 73 den XVIIIe» Marty int achste capittel".

De Alkmaarsche synode had de onderteekening der Belijdenis door alle kerkdienaren nog al kras aanbevolen, welverstaande dat men hun een correct exemplaar voorlegde. Die voorwaarde mocht echter geen stremming zijn. Vandaar dat nu drie jaar later andermaal aan iederen

begeven. Ds. Knipscheer 83, liet examen der aankomende predikanten besprekende, ziet het slot van art. 8 geheel voorbij. Is dit wel de rechte methode?

Sluiten