Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is geresolveert het naervolgende: Alzo Andreas Volckertz op den synodum verschenen es ende naerdat zyne scriftelicke belydenesse gelesen, geexamineert ende hy persoonlic ooc daerop es angehoort geworden, so heeft hy... den synodo genouchsaem contentement gedaen door het scriftmatich antwoorden .., temeer hy hierenhoven rondelick verclaert heeft, alsdat hy blyft by de belydenesse der 37 articulen der Nederlantschen kercken, die hy over langen tyt [volgens Ds. Knipscheer in 1580] in den classe van Alcmar onderteyckent heeft ende noch bereyt es tot allen tyden deselve te onderscryven".

Het stipte toezien op de leer, en de verdraagzaamheid der synode, trekken evenzeer onze aandacht. Steeds staat de Belijdenis op den voorgrond. „Te meer" dat hy blijft bij de belijdenis der 37 artikelen, is een uitdrukking die het beslissend gezag der Confessie in het helderst licht stelt ')• Een tweede voorbeeld uit een andere classis.

Tegen Cornelis Wiggertsz., in 1590 te Hoorn als predikant beroepen, rezen ernstige klachten van onrechtzinnigheid 2). In de synodale vergadering van Edam 1592 verschenen, is hem uit de instructie van de gecommitteerden der classis Hoorn o. a. voorgesteld, „dat hy ter tyt doe hy onder den classe in den dienst der kercke van Hoorn wert angenomen, onderteeckent heeft de confessie der

1) Ds. Knipscheer 82 v. schrijft: „Steeds staat de Belijdenis op den achtergrond". En dan als bewijs: „Hoe zou men op het denkbeeld komen, om in iri81 „de acta des nationalen synodi tot bevestinge der eendrachticheyt" te onderteekeuen, wanneer daarvoor de Belijdenis geregeld gebruikt werd''? Het antwoord moet luiden: De onderteekening van de acta der Middelburgsche synode strekte tot bevestiging der kerkeenheid in het algemeen, van eenheid in ceremoniën, kerkinrichting enz. De onderschrijving der Confessie bevestigde de leereenheid. Hetgeen iets gansch anders is. Aldus onderscheidt ook de geschiedenis. Te Dordrecht in 1618 gevoelde men zich in de leer vereenigd met de Engelsche staatskerk, blijkens de aanwezigheid van haar afgevaardigden op de synode. Maar men verwierp haar kerkinrichting, die naar het pausdom smaakte.

2) Bor, d. IV b. XXXII fol. 47—66 en (>9 v. Dr. H. C. Rogge Caspar Coolhaes, II 197—"226.

Sluiten