Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met name die gematigden de reformatie van ons volk niet anders wilden invoeren en doorzetten dan in den geest en door den dienst der Nederlandsche belijdenis des geloofs.

Over Zeeland kunnen we kort zijn ')•

Vooreerst wijl het aantal provinciale synoden zeer klein is. De Zeeuwsche kerken, door gebrek aan waakzaamheid en der Staten heerschzucht, geraakten van lieverlede geheel onder de heerschappij der overheden. De Edel Mogenden nu stonden maar zelden het houden

eener synode toe 2).

Ten andere omdat leergeschillen ontbraken. Degansche provincie was eenstemmig calvinistisch. „In Zeeland was volle vrijheid, benevens eenparigheid, in de leer der

Geloofsbelijdenis" 3).

In de tweede synode, van Ylissingen 1581, werd goedgevonden bij de Zeeuwsche Staten aan te dringen op de benoeming en onderhouding van eenige theologische studenten, „ten eynde door desen middel den kercken een saet bereydt ende in de gesonde leere onderhouden werde".

In 1588 behandelde de synode het lastig geschil met Ds. Gisbertus Sammels van Scherpenisse. „De broederen

Dordrecht verschijnt, kan enkel een synode zijn. Doch in 151)3 is geen synode te Leiden gehouden. Wel in 1592, toen liastingius metterdaad assessor was. Dit is niet myn voornaamste bezwaar. De anecdote komt 'voor bij Schotel, Kerkelyk Dordrecht I 212, helaas zonder vermelding van bron. De synodale acta van 1592 vermelden haar niet. Dat teekent.

Evenmin Bor en ürandt die ik nasloeg.

J W tc Water, Kort verhaal der Reformatie van Zeeland in de zestiende eeuw, Middelb. 1766, 349 v . 430-480, Bylaagen 60-9K. Acta y \ 49

2t Van kerkelijke zijde zag men het nut der synoden en der kerkenordening zeer wel in. Acta 36, 39, en 44; benevens 8, vgl. prof. Rutgers,

Acta 418, 371, 43H.

3> W. te Water, Tweede eeuw-getyde, 117.

Sluiten