Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der geestelijcke goederen een paer hondert exemplaeren gedruckt ende met den formis examinum den gesuspendeerden ministris mochten toegesonden worden, ende dat eon jeder dienaer met sijnen ouderlinck in naeste sijnodo dieselve onderschrieve als tot vermijdinge ketterijen ende onordeningen".

De uitgaaf der Belijdenis van 1591 was blijkbaar uitverkocht. Een paar honderd exemplaren kon de drukkeruitgever Canin te Dordrecht althans niet verschaffen. Was de Geldersche behoefte en bestelling hem aanleiding tot het ter perse leggen van den herdruk van 1593? Dit is zeer waarschijnlijk. Immers dreigde de Arnhemsche synode, als men uit Holland geen exemplaren betrekken kon, zelve een paar honderd exemplaren te doen drukken en den geschorsten pastoors te zullen toezenden ').

Ook leert artikel 15, dat men de Confessie wel wankelmoedige pastoors ter bestudeering in handen gaf. Niet als een „leuze" waarnaar men zocht, maar als een uiteenzetting der Gereformeerde leer.

Zeer waarschijnlijk heeft men uit Holland een kleiner of grooter aantal belijdenissen ontvangen. Doch op den duur ontbrak de voorraad. En wijl Zutfen en Deventer naburen zijn en een predikant uit Deventer als afgevaardigde van Overijssel tegenwoordig was, heeft de

1) Ds. Knipscheer 136, niet bijster historisch, laat den benarden tijd van 1584 tot '9*2, toen geen synode in Gelderland kon gehouden worden, buiten rekening. »Tien jaren blijft de zaak in volkomen rust En heelt ter verklaring van art. 1.~> enkel een woord van spot. Vooral de uitdrukking »op costen der geestelijcke goederen" moet het ontgelden. »Wat eene geestdrift". Is die spotternij billijk? Betalen dan tegenwoordig de leden der kerkelijke besturen uit persoonlijke inkomsten de kerkbehoeften? En hadden zij die hier en daar »armoetshalven haere diensten mosten veriaeten", leeraars wier diepe armoede een voorwerp van voortdurende zorg voor de synoden was, een paar honderd exemplaren der Belijdenis voor kerkelijk gebruik uit eigen beurs moeten aanschalïen? Eere den noodlijdende predikers, die slechts om zulke regeling van zaken nog na eeuwen beschimpt worden. Zie over hun kleine tractementen Acta 19, 33 en 42—44.

Sluiten