Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vergadering des volgenden jaars waakte evenzeer tegen onrechtzinnigheid, blijkens de aanteekening: „Sible Harinx, dienaer tot Oldemerdum, beschuldicht sijnde van de ongesontheijt des artijkels van de h. Drievuldicheyt heeft sijn bekentenisse daerop gedaen ende is van synodo suijver daerinne bevonden ende gesondt verclaert te wesen".

In Friesland woedde nog geen partijstrijd. Maar de Kerk voerde er wel haar strijd vóór de waarheid en tegen de dwaling. Haar wapen was het Woord des Heeren, en de Nederlandsche Belijdenis des geloofs die daarmede overeenkomt.

Kort na de reductie der stad Groningen in den zomer van 1594 werd voor de Ommelanden een kerkenordening opgesteld, die weldra voor de gansche provincie kracht van wet erlangde en gelden bleef tot aan den Franschen tijd. Haar opsteller de Emdensche predikant Menso Alting, zijn medewerkers Sibrandus Lubberti en Martinus Lydius ') hoogleeraren der godgeleerdheid te Franeker, haar patroon de Friesche stadhouder graaf Willem Lodewijk van Nassau, ziedaar zoo vele waarborgen voor haar zuiver Gereformeerde beginselen 2).

1) Zie zijn levensbericht, door Dr. H. C. Rogge in Kalender voor de Protestanten in Nederland, 2de jaargang Amst. 1857.

2) Hooyer 351 — 374; Dr. S. D. van Veen, Historische stadion en schetsen, Gron. 1905, blz. 61—106. Ds. Knipscheer 186: «Wel hebben eenige kerkelijke» hun aandeel gehad in de samenstelling dier kerkorde, maar zij is geheel door de Staten opgelegd". Dit woord ngeheel", op zichzelf hier vrij onverstaanbaar, schijnt te moeten beduiden, dat die oplegging door de Staten hoofdzaak is. Gansch onjuist. I)e inhoud was streng Gereformeerd. Dat was hoofdzaak. Ook hebben de kerkelijken niet hun aandeel gehad in de samenstelling, maar uitsluitend zij hebben haar, geheel in hun geest, opgesteld. Ten overvloede hebben zij de kerkorde, ondanks die oplegging door de Staten, niet willen aannemen, voordat zij in de classicale vergaderingen kerkelijk onderzocht was. Typeerend is, dat Ds. Knipscheer de kerkelijken bijna geheel verzwijgt, maar van een lid van Gedeputeerde Staten Doede van Amsweer veel ophel maakt. Waartoe zulks?

Sluiten