Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De „Christlicke und Schriftmetige Kercken ordenung" voor de Ommelanden van Groningen van 1595 handhaaft zeer beslist de kerkenordening van de andere vereenigde provinciën en de aldaar geldende Geloofsbelijdenis. Dat zij door de Staten werd ingevoerd, verandert aan dit feit niets.

De priesters die het pausdom verlaten en het heilig evangelie naar de Schrift rein prediken willen, zullen „den kercken dienst in alles conform der Nederlandschen und Francoischen confession, und kercken ordeninghe verrichten". Te voren zullen zij, in hun leven onstraffelijk bevonden zijnde, de „bij den Ommelanden .... tot dien fine angenomene bekentenisse, met hareeigen handt onderteeckenen". Die „bekenfenisse" hield ongetwijfeld in, dat zij de Nederlandsche Belijdenis des geloofs als schriftmatig erkenden. Indien zij in het examen bestaan, en van nieuws beroepen, den kerkdienst andermaal aanvaarden, „sollen se de confession, de se ondertekent hebben, operitlick van den predigstoel aflesen" (artt. 2 en 3).

Dat vasthouden, behalve aan de Nederlandsche, ook aan de Fransche Belijdenis, komt eveneens voor in de leerbepaling aangaande de predikanten.

„12. Item in een yder Classe sal een boec wesen, waar inne de confessiones, Gallica, Belgica '), Heidelbergensis Catechismus, mit der Nederlantsche kercken ordeninge, mit wat veel schoon pampier to samen gebonden sijn sullen, im welckeren boecke een yder denaer eher he aangenomen wordt: (dit sulvige verstaen wy van alle Denaren sunder onderscheyt noemptlijcken van den de all reede in de Reformeerde, ofte andere Kercken gedenet, und van den de onder den Pausdom gestanden hebben, alzoe oock van dien de nu aldaer eerst toe den kerckendienst toegelaten worden:) mit sijnder eigen hantschriven sall: Dat hy Godes hillige woort reyn, louter unde claer

1) «ofte Uelvetica". Ds. Knipscheer 186, zonder opgaaf van bron ol reden.

Sluiten