Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nae de Regell der hilliger schrift, und gelyck in gemelten confessionibus unde Cathechismo uitgeleit is, leerenwill; unde sal inder onderschrivinge beloven, dat he de dagen sijns Levents daer nicht tegen leeren will, unde offt idt queme, dat he wth onverstande ofte andere orsaeken daer tegen leerde, unde nae een ofte twee vermaningen nicht afF stonde, zoe sall he dan daetlicken, als een Schismaticus van sijnen dienst verstooten und affgesettet wesen, op dat alle twist ende onenicheit inder leere verhindert worde".

De kerkenordening zegt zelve, wat ze onder die onderteekening verstaat. „Dat hij Gods heilig woord naar den regel der heilige schrift en de uitlegging van confessies en catechismus leeren zal". Evenwel nochtans verklaart Ds. Knipscheer blz. 187 gansch tegengesteld: „Deze onderteekening beteekende alleen eene algemeene belofte van trouw aan den geest der Hervorming"? Was die „geest" toen al geboren?

Wat daarop volgt, kan niet voor bewijs dienen. „Daarom had men aan ééne belijdenis niet genoeg". Ds. Knipscheer denkt hier aan de Gallica, de moeder van onze confessie. Beider overeenkomst is treffend groot. De leden der synode van Emden 1571 onderschreven de Fransche belijdenis. Er bestond algemeen erkende geloofseenheid in strenge geloofsbegrippen. Zij sprak zich uit in twee belijdenissen, de Nederlandsche en de Fransche, die bijna precies hetzelfde leerden. Onderteekening van beiden beduidt eenheid. Zij kan nooit beduiden lauwheid en vaagheid, gelijk die zich uiten in het woord: „Deze onderteekening beteekende alleen eene algemeene belofte van trouw aan den geest der Hervorming".

Ds. Knipscheer vervolgt: „en had ieder predikant bovendien de bevoegdheid om zijn eigen formulier op te stellen, om daarin uit te drukken, wat hij met zijne onderteekening bedoelde". Dat ware een averechtsche manier geweest om leereenheid te verkrijgen. Curieus is, dat

Sluiten