is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ds. Knipscheer nu verder zelf bewijst, dat zijn bewering onjuist is. Vooreerst brengt hij geen enkel voorbeeld van zulk een „eigen formulier" bij. Ten andere levert hij twee voorbeelden van het tegendeel.

Eerste voorbeeld. „Zoo onderteekende Feico [lees Feito] Ruardi, predikant te Groningen, voorzitter der eerste synode, aldus: „Fredericus, alias Feito Ruwerdi, subscribo ordini recepto mea manu". En dan in de aanteekening: „D. i. ik onderteeken de ingestelde kerkordening met mijne hand". Ds. Knipscheer's vertaling is min juist. „Receptus" beduidt niet „ingesteld", maar „algemeen aangenomen". „Textus receptus" bij voorbeeld is niet de ingestelde, maar de algemeen aangenomen tekst. Dus vertaald moet worden: „Ik onderschrijf met mijn hand de algemeen aangenomen kerkenordening". Is zulk een onderschrift de uitdrukking van leervrijheid, of van leereenheid ?

Tweede voorbeeld. „Johannes Acronius schreef: „Johannes Acronius, Prediger in der Stadt Groningen, appobere die lehre deser kercken und werde my dorch Godes gnade tho erbouwinge dersulven na vermogen beflitigen. In fal averst ich anderswor hen wetlick mochte beropen worden, wil ich hiermit nicht verplichtet sin. Sunst wil ich deser kercken und Stadt beste gerne na vermogen weten. A° 1604, 11 Jan.". Wie vindt in deze approbatie van de leer dezer kerken een „eigen formulier" ?

Keeren wij nu tot ons artikel twaalf der Groningsche kerkenordening terug.

Werd de aldus beroepbaar gestelde metterdaad beroepen, dan zou hij vóór zijn dienstaanvaarding op de vergadering der classis „in dat Classicael boeck schrijven, dat he na luyde der voorgaende onderschrijvinge.... de reyne leer leeren, und voorstaen .... wille".

Evenals in de kerkenordening der geünieerde provinciën heet het in artikel 50: „De sunde averst [echter] daeromme een dener der kercken, he se Prediger, Olderling otte

7