Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

synode vermaand waren, zich zouden wachten. Gedurig blijkt, dat de synode ernst maakte met het examen doctrinae et vitae [examen van leer en leven].

„Idt solen ock die anderen deneren ernstlich vörmahnet sin, dat sie de examina niet perfunctorie, segniter aut negligenter [luchtigjes, traag of onachtzaam], sondernn ernstlich, flitich end truwlich dohn, ende gedencken willen, dat ydt bether sij einen man propter defectum doctrinae et morum [wegens gebrek in leer en leven] up tho holden alse eine gantze gemeinte tho bedröven etc.".

De goedwilligheid der overheid blijkt duidelijk uit de slotbepaling:

„Entlich belaven ock die hern Gedeput. Staten sulvest ock die kerckenordening und resolutie up desem synodo gemacket sovele mögelich tho achtervolgen und handt tho haven n etc.

Wilhelm Ludewig, graff zu Nassaw.

Johan van Sterckenborch etc.".

Yan Drenthe spreken wij later. Wij nemen hier afscheid van de provinciale synoden der zestiende eeuw. Hulde zij hun aandenken. Wat van den predikant van Appingedam Bogerman bij zijn beroep naar Hasselt staat aangeteekend, geldt van de Groningsche ja van de Nederlandsche synoden uit dit tijdvak. Zij trachten te doen „alss kercklich, christlich und thor ehren Gades stichtlich sin mag".

Koudekerk (Z.-H.) October 1910. F. J. Los.

Sluiten