Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ende den 36 [lees 37] Art: van Nederl: Gemeijnte, nu overgelevert [aan den Prins van Oranje en de Staten?], haer onderwerpen, daerop die broederen ja hebben geantwoord, ende 'twelck nochniet geschijet en is sal met aller neerstichheit int werck gestelt werden".

De jeugd werd daarbij niet vergeten. „Is bij den broederen bevonden dat die scholen tamelick inde vreese des Heeren aengericht werden. Doch hebben de broederen insonderheit daerop acht geslagen, datmen geen schoolmeesters tot den schooldienst sal toelaten, dan die te voren de belijdenisse hares geloofs gedaen hebben, ende gesont in leer ende leven bevonden worden" 1).

De vierde classicale vergadering, te Schoonhoven 3 Augustus 1574, geeft blijk van kerkelijken zin. „Sijn ghelesen die Acta des Dordraceensen Synodi [provinciale synode te Dordrecht, 15 — 28 Juni 1574], ende besloten eendrachtelick bij den broederen, die selvighe een yder in sijn kerck int werck te stellen. Is oock vorder besloten die selfde acta, midts oock die acta des Emdensen Synodi, met oock die 37. articulen, met oock die nederlantsche confessie met haren eighen handt ofte naam te onderscriven, ende is also terstont bij allen broederen ghesciet" 2).

De zoo juist vermelde Dordtsche synode had als haar eerste besluit voorgeschreven: „Wordt voor goet aenghesien dat in allen Consistorien ofte ten minsten in allen Classen eene copie vande Confessie ende Articulis Synodi bewaert worde". De uitvoering van haar grondbepaling blijkt uit hetgeen reeds de classicale vergadering van Gouda 5 October 1574 constateerde. „Is bevonden dat in een yghelicke kercke sijn die acta des Emdeschen Synodi ende des provincialen Synodi binnen

1) De conventus classicus te Bommel 20 en '21 April 1574 hield vier zittingen. Blz. 1—9 van boek 1; blz. 7 blijkt, dat It. Tafinus tegenwoordig was

2) Deze en de volgende vergadering, in boek 2.

Sluiten