Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is geworden, zalmen een nieuwe maken. Ende daarbij laten ende tzamen binden de forma vande artijckelen die gemaect sijn over de contributie der weduwen der afgestorven dienaren : welcke alles bij allen ende ijghelicken broeder sal ordentlick worden onderteeckent. Daerin oock bij gescreven sal worden de kerckenordenijnghe, welcke alles schrijven sal Stephanus Duppeghijsser" [zie 1593].

Ziedaar officieel geconstateerd, dat liet oudste confessie-boek der classis Dordrecht, aanvangende met de oorspronkelijke handteekeningen sinds Augustus 1573, reeds in 1602 verdwenen was. O die zorgeloosheid der bezorgeren! Gelukkig dat we van elders weten, hoe zulk een boek er uitzag. Op een boekverkooping te Amsterdam in 1910 kwam het oudste ons bewaarde belijdenis-boek onder den hamer i). De catalogus gaf den oud kerkelijken titel: „Formulier van eenicheyt" der classis Enkhuizen.

Dit kostbaar boeksken in briefkaart-formaat bevat na de gedrukte belijdenis-uitgaaf van 1583 tal van witte bladen, waarvan de eerste zeven bladzijden met drie-enveertig predikantsnamen uit de zestiende eeuw beschreven staan. Het opschrift boven die namen geeft ons kort te kennen, hoe juist men destijds de geloofsbelijdenis beschouwde. De confessie was geen tweede bijbel. Ze gold

1) Het werd voor f 85 aangekocht door eeri particulier te Amsterdam, die zoo vriendelijk was het ten kantore der firma Muller voor mij ter inzage te stellen. Zie beschrijving in Catal. I)s. H. A. J. Lütge 110. 18U<>, bij firma Fred. Muller en Cie te Amst. IC en 17 Juni 1910. Klein 8vo uitgaaf, geen vingerdik, net ex. met perkamenten rug. Inhoud : De gedrukte Nederl. belijdenis van 1853 door mij reeds beschreven, 7 blz. met 43 handteekeringen van predikanten, en voor meer dan de helft van het boekje onbeschreven bladen. Op blz. C prijkt de naam van den voorzitter der Dordtsohe Synode van 1618 „Johannes Bogerman J. Ecclastes Euchusanus a" 16(12. mens: NovOp blz. 7 gaat een der laatste namen verzeld van het jaartal 1608. Het boekje moet een voorganger, van 1573 of '7i tot 1589 in gebruik, gehad hebben, maar vermeldt dien niet. Zie Reitsma en van Veen, Acta I, 7 art. 8, en 13 art. 21.

Sluiten