Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderhouden te werden". Daarin vond ik een naam boven alle namen der ongewijde geschiedenis mij dierbaar, verbonden aan de verhevenste plechtigheid van onzen allerheiligsten godsdienst. „Den 21 Martij Do 1574 is wederom dat H. Aventmael doer Jacobius Michael de gemeinte angedient, ende het getall der communicanten is alsdoen geweest 536. Ten selvigen dage heeft die Princelicke Excellentie met ons het broodt gebroken" ').

Een Gereformeerde stadskerkeraad der zestiende ?euw was een classicale vergadering in 't klein. Te Dordrecht vei gadeide men Zondag en Donderdag van iedere week, vooral om de gemeente in orde en tucht te houden. Tucht- en huwelijkszaken, attestaties en brieven, twisten en geschillen volgen in de notulen elkander in bonte rij. Met de uitdrukking „verschijnt in Consistorie" opent menige aanteekening. Want men riep gedurig gemeenteleden voor den kerkeraad. Kwam verzoening tusschen twee personen of met de Kerk niet tot stand, dan volgde meestal afhouden des onboetvaardigen van het H. Avondmaal, destijds een zware straf. Allerlei personen, tot burgemeester en schout toe, werden met goed gevolg vermaand. „Onbegrijpelijk groot was het nut, dat zij [de leeraars in die eerste tijden] stichtten" (Schotel). Een kerkeraad was destijds een groote werkende kracht en een onmiskenbare zegen.

Onder dat alles werd de Nederlandsche belijdenis des geloofs niet vergeten In de acten der vergadering van 16 Juni 1575 vond ik vermeld: „Degemeente van Swijndrecht houden aen om Arnoldum de Stuir tot eenen kerckendienaer te hebben, welcke hen bij den Consistorio toegelaten is op dese conditie, dat hij een scriptum in

1) Dit is de eerste officieele vermelding van 's Prinsen broodbreking met de Gereformeerden. Zijn eerste broodbreking geschiedde een half jaar vroeger, zie VIII, § 2, 21.

Sluiten