Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den consistorio vervatt, sal ondertekenen ende inden classe den 5 Julij te Oudewater sal verschienen om het selve bevestigen te laten".

De acten der classicale vergadering van 5 of 6 Juli te Oudewater ontbreken, en kunnen ons dus omtrent den aspirant-predikant en het door hem onderteekende geschrift niet meer inlichten. Evenwel kunnen wij tot zeer hooge waarschijnlijkheid geraken. Er staat niet wat er in dergelijke gevallen pleegt te staan, „een scriptum dat broeder N.N. namens den kerkeraad schrijven zal". Maar er is sprake van een reeds bestaand en bewaard document, „een scriptum in den consistorio vervatt". Wij herinneren ons, dat juist een jaar te voren een provinciale synode in hetzelfde Dordrecht de onderteekening der geloofsbelijdenis door allerlei kerkelijke ambtsbekleeders, bij indiensttreding vooral, sterk had aangedrongen. En dat die hooge vergadering in haar eerste besluit had voorgeschreven: „Wordt voor goet aenghesien dat in allen Consistorien ofte ten minsten in allen Classen eene copie vande Confessie ende Articulis Synodi bewaert worde". Waar eerder dan te Dordrecht, in de synode-stad waar het origineel der synodale handelingen van 1574 bewaard werd en de belijdenis nog pas in 1573 herdrukt en dus licht verkrijgbaar was, mocht men de inwerkingtreding van dat artikel één verwachten? Bovendien bleek ons, dat reeds iedere kerk der classis synodale acten en confessie bezat. Arnoldus onderteekende confessie en kerkenordening, en aldus tot den heiligen dienst toegelaten, zou hij in de classis verschijnen om zijn voorloopige indienststelling „bevestigen te laten"').

1) „Rekkelijker gedragslijn volgde men ten aanzien van geordende predikers in liet buitenland". Deze oordeelvelling betreffende de Dordtsche synode van 1574 en haar confessioneele gestrengheid, in mijn VIII, § 3, 71, wordt bevestigd door twee copiën van brieven, te vinden tusschen de notulen van Aug. 1604. A. Brief aan ouderlingen te Wesel, wijl

12

Sluiten