Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beteekenis van twee feiten worde door niemand onderschat. De classicale vergadering van Gouda 5 October 1574 constateert bij rondvraag, dat in iedere kerk der classis Dordrecht de acta der synoden te Emden en Dordt van 1571 en '74 en de nederlandsche confessie aanwezig zijn. En de Dordtsche kerkeraadsvergadering van 16 Juni 1575 legt een aanstaanden dienaar des Woords een reeds aanwezig geschrift ter teekening voor, dat niets anders kan wezen dan de Nederlandsche belijdenis des geloofs. Ziedaar twee bewijzen voor dezelfde zaak. In 1574 had de Dordtsche synode voor goed aangezien, dat in alle consistoriën of ten minste in alle classen een copie der confessie en der synodale bepalingen zou bewaard worden. Naar vorm en inhoud scheen dit artikel meer een vrome wensch dan een regel van gedrag te zullen worden. Doch twee onwraakbare getuigen verklaren, dat van stonde aan in de classis en stad Dordrecht de belijdenis bewaard en onderteekend werd. Als de eerste de beste classis en kerkeraad door ons gehoord aldus handelen, waarom dan hetzelfde niet ondersteld van alle Hollandsche en Zeeuwsche kerken? Hoe verrassend groot blijken reeds zeer vroeg de verbreiding en het gebruik der confessie te zijn geweest. Voorwaar op dit punt leert de geschiedenis ons meer dan wij durfden hopen.

Later werd de belijdenis des geloofs door krankbe-

Ds. Christianus Venlo, naar Wesel reizende, tevens zou uitzien naar „einen froemen godtvreisende predicant dar int land". Hij heeft aangebracht zekeren Libbertus, in de buurt van Wezel. J)e brief verzoekt den kerkeraad van Wezel, dezen door twee mannen te doen hooren, en zoo het hun dunkt, „dat het mit leuen, leer, ende wtspraeck onser gemeinten soude nut sin", dat zij dan den beroepsbrief hem ter hand stellen. B. De beroepsbrief, waarin o. a. „Dar om wij dan alle nersticheit gedaen, ende doen mit diesen op u. L. alst in Refonnirden kercken betaemt sodanige beroepinge''. Onder beide copicn geen handteekeningen. Eindigen met: „tot Dordrecht de kerckendienaren ende Ouderlingen den 30 Octobris anno 1576". In geen van beiden is van de confessie sprake.

Sluiten