Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wederoprichtinge des menschen in Adam int 17 Artikel" enz.

In den aanvang der zeventiende eeuw kantte de kerkeraad zich tegen de geestdrijverij van Hendrick Nicolaas, vader van het zoogenaamd Huis der liefde. De acten van 31 Januari 1602 bevatten: „Is besloten dat [men] ter naester vergaderinghe sal inbrengen wat men heeft vergadert wt H. N. [8 Januari, Henric Niclaes] Schriften ofte wat men daerin heeft gelesen strijdende teghen de H. Schritture".

Dat de sterke arm de Kerk steunde, ondervond één zijner aanhangers. In de acta van 16 October 1602 leest ge: Jan Aerts „klockenstelder" ontkent de opstanding des vleesches. Het volgend jaar wordt gedurig met hem gehandeld. Doch dato 26 Februari 1604 staat aangeteekend, dat hij na schuldbekentenis en belofte van betering, „van sijn gevanckenisse ontslagen" is. Zijn schuldbekentenis, in het actenboek door hem onderteekend, werd in de kerk voorgelezen en met ja beantwoord.

Ook bevatten de notulen van 17 April 1603 een acte tegen vier personen, die zijn „afgeweken van de bekentenisse der Christelijke Religie die in dese gereformeerde Christelijke kerke wort geleert ende gepredigt". Zij verzaken niet de godslasterlijke spreuken, die men hen uit de boeken van „H. Nicolaessen" heeft voorgelezen, als: dat in den beginne God en mensch één waren, en hadden één aard, wezen en natuur; dat H. Nicolaessen zich zeiven Gods zoon noemt, met den Vader vergood, en den Vader met hem vermenscht; dat H. Nicolaessen de paapsche mis en zeven sacramenten des pausdoms approbeert, en den kinderen van het Huis der liefde vrijstelt die te hooren en te onderhouden.

Doch waartoe meer? Wij dwalen niet als wij zeggen, dat Dordrechts kerkeraad der zestiende eeuw de Nederlandsche belijdenis des geloofs als uitdrukking en kenbron der kerkleer bezigde.

Sluiten