Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaven die ik wel niet nader verklaren kan, maar die ons zijn reeds bekende confessiën liefde als bestendig doen eeren.

In zijn Vredeschrift, een wijdloopige verklaring der psalmen 122 en 133, kenmerkt de hoogleeraar des vredes door de volgende uitspraak eigenlijk zich zeiven. „Want door dit woord [„samenwonen", in Ps. 133] wordt aangeduid het rustig en vredig doen van Christenen die een gemeenschappelijke woning hebben: dat zij niet door geroep of getwist, niet door strijd of moord, niet door onbesuisde hevigheid der gemoederen; maar dat zij door een zekere aangename en vriendelijke levenswijs hun zaken voor den Heere uitrichten". Ook in een zijner theologische stellingen, ter plaatse waar men de vermelding der belijdenis misschien had mogen verwachten, spreekt hij van haar met geen woord. „Ten slotte, indien ondersteld wordt dat in de H. Schrift eenige schrijffout is ingeslopen, dan is de Kerk gehouden dit niet uit haar zelve op haar gezag of meening, maar uit de Schriften zeiven, en uit de overeenstemming des geloofs [ex fidei analogia], en uit oude geloofwaardige geschriften te herstellen, of te verstaan en voegzaam uit te leggen1).

Alles dringt tot de onderstelling, dat deze vader onzer belijdenis zijn tijd kenmerkt. Het mondeling onderwijs ontsnapt aan onze waarneming. In geschriften heeft de godgeleerde wetenschap der zestiende eeuw de Nederlandsche belijdenis des geloofs niet vermeld.

1) In Leiden is niet de oudste uitgave van Genève 1607, maar de ,,fucosa omnino fallaxque editio" van Heidelberg 1608. Opera theologica Francisci Junii Biturigis sacrarum literarum professoris eximii. Quorum nonnulla nunc primum publicantur. Tomi duo. In offlcina Sanctandreana. Heidelbergae 160H. Voor ons doel bevat ze niets. Voor den tekst bezigde ik Bibliotheca reformata, volumen primum. I). Francisci Junii Opuscula theologica selecta recognovit et praefatus est D. Abr. Kuyperus. Amstelodami 1882. Aldaar p. 477 en 306, thesis 35.

Sluiten