Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

helden in dienst der Nederlanden vermeld heeft, vervolgt hij:

AH' Ridders zonder vrees, all' Nassaus hoog van bloed, Maar nederig van hart, — voor 't minst wie u geleken, ü, Maurits trouwste vriend, en meer dan vriend gebleken, In 't kamp als in den raad u zeiven steeds gelijk In vroomheid, ootmoed, deugd, Graaf Willem Lodewijk! O Flonkerster, zelfs naast dien Maurits niet verbleekend. Maar vaak door zuiver gloed nog boven hem uitstekend.

Frieslands uitnemende stadhouder graaf Willem Lodewijk van Nassau, door de Friezen als vader „Hayte" vereerd, was in den oorlog dikwerf Maurits' raadsman, in staatszaken zijn leidsman. Meer dan zijn neef doorzag hij het heillooze van Oldenbarnevelt's staatkunde voor Staat en Kerk. Hollands stadhouder had zich vast voorgenomen, niet tusschen beiden te komen. Aan Lodewijk's krachtvolle toespraak en onafgebroken schriftelijke aansporingen is, na een uiterst hardnekkige aarzeling, Maurits'optreden ten gunste der verdrukten te danken J).

Den 14den Januari 1617 vond te 's Gravenhage een plechtige bijeenkomst plaats van den Hoogen Provincialen Raad, de Rekenkamer, en den stedelijken magistraat met de Gecommitteerde Raden. Maurits liet zijn in 1586 gedanen eed voorlezen. De Staten hadden zich met hem verbonden om, tot hun laatsten druppel bloeds, de Gereformeerde religie, oorzaak van den strijd, te beschermen. „Die godsdienst zal ik handhaven, zoolang ik leef". Willem Lodewijk noemde dit een moedig besluit,

1) De briefwisseling bij Mr. G. Groen van Prinsterer, Archives, 2me Série, tome II (1600—1625), Utrecht 1858. Juist het meest vertrouwelijke, de correspondentie, heeft Motley over wien straks niet geraadpleegd. Hoe kan hg dan onpartijdig oordeelen ? Na het verschijnen der correspondentie verklaarde prof. Fruin in 1858 : „Maurits is nóg vreesachtiger geweest om zich in de godsdienstige geschillen te mengen dan ik had ondersteld".

Sluiten