Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mannen! gelooft niet dat ik een landverrader ben. Ik heb oprecht en vroom gehandeld als een goed patriot, en die sterf ik". Zijn muts over de oogen trekkende en op den zandhoop toetredende, sprak bij: „Christus zal mijn leidsman zijn. O Heere! mijn heraelsche Vader! ontvang mijn geest"! Daarop knielde hij, met het aangezicht in de richting van zijn huis. Het zwaard doorkliefde de lucht. En met een enkelen slag deed de beul het achtbaar hoofd nedervallen op den zandhoop.

Het mocht uiterste strengheid heeten, Oldenbarnevelt persoonlijk verantwoordelijk te stellen voor het gansche gedrag van een lichaam, waarvan hij chef en ondergeschikte was. Daarbenevens eerbiedige men met Da Costa een ingreep Gods in de dingen der historie; een Godsvergelding, die het zwaard bracht over dengene, die zelf het zwaard getrokken had, en daarmede èn gedreigd èn geslagen had in de dagen zijner hoogheid".

In het omwentelingsjaar 1618 had prins Maurits wel eenige stadsregenten vervangen, maar niet de staatsregeling veranderd. Een onvergefelijke fout. Dezelfde toestanden konden en zouden wederkeeren. De droevige gevolgen van het verzuimen der staatshervorming hebben al de opvolgende stadhouders, ja ons gansche volk twee eeuwen lang geteisterd.

Prins Frederik Hendrik, hoe zachtzinnig en inschikkelijk ook, een tijd lang door de Hollandsche aristocratie gevierd, werd ten laatste gedwarsboomd, vernederd en belasterd ').

1) Teekenend is dan ook de frontverandering van Neef, gelyk de Remonstranten Frederik Hendrik we) noemden. Te Amsterdam kwamen langzamerhand Arminiaansch-gezinden, moderatenrs geheeten, in het bestuur, tot groot misnoegen der burgerij. De regeering wendde zich tot den prins, die 10 April 162H te Amsterdam kwam en de magistraten door garnizoen sterkte. Nu nam de overheiJ het beboeten, ontpoorteren, en uitbannen te baat. Daarentegen in 1641 ontviel den getergden prins de uitroep : »Ik heb geen grooter vijanden dan de stad Amsterdam. Maar, kr\jg

Sluiten