Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taat was beslissend. Tegen het eind der achttiende eeuw was er in Nederland schier niemand, die niet aan de volkssouvereiniteit en aan de rechten van den mensch hulde bewees. De natie in haar geheel had God vergeten en Zijn wet verworpen. De vrijzinnige overtuiging was zóó algemeen, dat zelfs geloovige rechtzinnigen haar in gemoede aanhingen.

De grootendeels Oranjegezinde bevolking lag, zonder hoofd of voorlichting, met smartelijke verontwaardiging onder het juk van telkens doldriftiger vrijheidsvrienden gekromd. Wat zou ze doen toen de Franschen kwamen, door de patriotten ingehaald ? Zij had het hopen op God en Oranje verleerd. Zij zag het huiverend aan, toen „de Fransche winter" onze breede stroomen bevloerde en hooger Hand den vijand Neerlands borstwering ontsloot. De vrijheidsvrienden trokken in, daar de Vrijheid voor hen henen vlood. De 18de Januari 1595 blijft de zwarte dag onzer volkshistorie. Toen prins Willem V met al de zijnen van Scheveningen naar Engeland vertrok, klonk zijn stem als de volksstem:

„Deze vernedering heb ik als mensch ,'dubbel verdiend, doch niet in de waarneming mijner posten. Dwaalde ik soms, ik deed het ter goeder trouw; opzettelijk benadeelde ik nooit zelfs mijn bittersten vijand. De ware bron onzer ongelukken ligt niet in de onverantwoordelijke handelwijs van zoo vele Nederlanders, of in de kwade trouw der bondgenooten, maar in de nationale zonden en onge-

de leere der vrijheid, gelijkheid en rechten en pligten van den mensch, eene leere is die braave ingezetenen kan maken". Vgl. J. H. Lexius [pastoor aan het Kalf], Eenvoudige gedagten over de rechten van den Mensch en den Burger en over den eed op die rechten gevorderd. Amst. 1795. Dat de revolutionairen die rechten uitsluitend voor zich zeiven opeischten, blijkt b. v. uit het zeldzaam geschrift Du Mout, Copie van eenen briel van Myn Heer Du Mon, Pastor van Mannekensveere, in het Bisdom van Brugge, gedeporteert nae Cavenne, en met 119 priesters ingescheept in de Coi vette La Bayonnaise den 1 Aug. 1798. Gedagt. Londen, 1 April 1800. '

Sluiten