Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis.

HOOFDSTUK IX.

De Nederlandsche geloofsbelijdenis in de zeventiende

en achttiende eeuw.

$ 2. Kerkelijk-leerstellige inleiding.

Reeds was het heidentijdvak van Neerlands gereformeerde kerken, de eeuw des geloofs, voorbijgegaan. Thans volgden de periode van het dogma, en die van het orthodoxismus of vereeren eener objectief geldende leer. de zeventiende en achttiende eeuw. Parta tuéri, het verworvene bewaren, zou de grootsche taak der zeventiende eeuw zijn ').

Van meet af was brandstof tot kerkelijken twist aanwezig. Coolhaes en Herberts, Wiggertsz en Sybrants die wij bespraken, waren voorloopers eener anti-kerkelijke geestesrichting die zich begon te gorden. Dirck Volckertszoon Coornhert notaris te Haarlem, aller kerken en vooral aller predikanten vijand, typeerde reeds de aanstaande verdraagzaamheidsdrijvers, die alle waardeering voor hun tegenstanders zouden missen 2). De kerkelijke wetten der

1) Ook nu zou blijken: Het is geen minder deugd het verkregene te bewaren, dan het te verkrijgen. Non minor est virtus, quam quaerere, parta tueri.

2) Naar aanleiding van zijn Proeve van den Nederlandschen catechismus hield hij in 1583 te 's Gravenhage een openbaar dispuut met prolessor Saravia en de Delftsche predikanten Cornelissen en Donteclock over twee stellingen van den Heid. Catechismus: i. Het is onmogelijk, het gebod der

Sluiten