Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verliesbaar? Voorwaar, deze vragen waren geen beuzelingen, waarover Gods kerk om des vredes wil mocht heenstappen ').

Reeds bleek op een voorbereidende samenkomst in 1607 den Conventus praeparatoir tot de nationale synode, dat de kerkdienaren bijna eenstemmig de „Novateurs" [de Vry] afvielen. Nu de nieuwigheidzoekers de hulp der Hollandsche Staten inriepen, bezweken Advocaat en Staten voor de verzoeking tot inmenging. Sinds werd de kerkstrijd tevens staatkundige worsteling.

Dulding door hun ambtgenooten aanbieden en verzoeken beteekende, dat een predikantengroep het algemeen aangenomen kerkelijk standpunt verliet en de Hollandsche Staten tot opperheer der kerk verhief. Hoe pijnlijk dit der meerderheid was, welk een breuk dit sloeg, laat zich denken. Het hield in, dat bij inwilliging der bede de kerkelijke tucht over de Remonstranten op statenbevel moest worden opgeheven. In den diepsten grond verzocht de Remonstrantie, dat de staat de kerk van de leer dat is van het leven berooven wilde. Haar indiening was een stap van ver reikende gevolgen.

Geen wonder dat Oldenbarnevelt met haar óverlegging in de statenvergadering, dat college met zijn besluit talmde. Eerst in Augustus 1610 bepaalden de Staten van Holland, dat Remonstrantsche predikanten „van de

censuren der andere predikanten zouden bevrijd

blijven, en dat men de aankomende kerkdienaren in het examineeren verder niet zou bezwaren, als van ouds is gebruikelijk geweest".

Het duidingsdecreet, vond geen ingang. Door geen papieren paus laat het christelijk geweten zich dwingen. Ook was het tevergeefs, dat in de statenvergadering tusschen tweemaal zes godgeleerden de Haagsche conferentie, Collatio Hagiensis, gehouden werd. Zij begon

1) IJpeij en Dermout weerlegd door V. d. Kemp, II '284 v.

Sluiten