Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenstemmigheid komen. Echter de Remonstranten weigerden. Men kan hieruit zien wie inderdaad naar rust en vrede der kerken trachtten, de rechtzinnigen of „de verdraagzamen". De Contraremonstranten verklaarden de vijf artikelen voor „niet lijdelijk", en zochten nochtans een modus vivendi. De Remonstranten verklaarden de gevoelens hunner tegenpartij wel te mogen lijden, en bleven onhandelbaar. Der Staten steun stijfde hen al tG zeer *).

Ten einde raad, meenden de Staten van Holland hun schoone leus „onderlinge verdraagzaamheid" desnoods met geweld aan land en kerk te moeten opleggen. Zij vaardigden Januari 1614 een edict tot verdraagzaamheidsdwang „een formulier van leere uit, gebiedende ieder te dulden, die leert dat het begin, midden en einde van 's menschen zaligheid alleen aan Gods genade moet toegeëigend worden. En dat God de Heeie tei eeuwige zaligheid verkoren heeft degenen, die door de genade en werking des Heiligen Geestes in onzen Heere Jezus Christus gelooven. De eerst gebruikte woorden schijnen oen rechtzinnige leer te bevatten. De laatsten leeren de valsche leer der verkiezing uit het voorgezien geloof. Dulding der vijf artikelen werd aldus overheidsvoorschrift. Verzet daartegen werd verzet tegen de wettige overheid. Ook ging April 1616 een bezending der Staten met de Groot als woordvoerder naar het contraremonstiantsche Amsterdam, om tot tolerantie te manen 2).

I) Sein iftelyke conferentie gehouden tot Delft. Delft 1613. liet verslag der conferentie, advies genoemd, van Contrarem. zijde Nov. 1613 aan do Staten van Holland overgeleverd, verscheen in druk te Enkhuizen 1615. Daartegen gaf Wtenbogacrt uit Oprecht, ende nootwendich bericht loannis WtenbogaerU op een bitter schrift, nu versch 't Knckhuysen uytghegheven, mot den titel van Naerder Advys over de Conferentie tot Delft, sGrav. 1615. Trigland 642—653. V. d. Kemp 109—118.

•2) Hesolutie van de Doorlugtige Mogende Horen Staten van Holland en West-vriesland tot den vrede der Kerken, 'sGrav. 16I4. Trigland pred. te Amsterdam schreef daartegen Antwoort op drie vraghen, welk tractaat

Sluiten