Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijke lichaamsaandoeningen als stuiptrekkingen en in zwijm vallen, stoorden soms de godsdienstoefeningen.

Eenmaal zijn zegewagen bestegen hebbende, reed de Zoon Gods steeds voort, in N ij kerk en omstreken straks door gansch Nederland beroering ten leven wekkende. Honderden ontvingen zaligmakende bekeering. Blijvende vrucht werd alom gezien. Veler leven beterde zich. Zelfs onder de rechtzinnigen ontbraken vijanden der beweging niet.

De tegenstand openbaarde feitelijk, dat men zelf het geloof verloren had in dien God die wonderen werkt. In hoever hij medewerkte tot het onvruchtbaar maken der opwekking, mogen anderen beslissen. Want dit staat vast. Het Réveil der negentiende eeuw heeft, ondanks veel onkerkelijkheid, aan de Nederlandsche hervormde kerk nieuw leven ingestort. De geestelijke opwekking der achttiende eeuw, schoon onwaardeerbaar middel tot levendmaking van duizenden, heeft de Gereformeerde kerk als kerk niet uit haar doodslaap gewekt»).

Weelderigheid en vadsigheid, hoogmoed en wellust heeten terecht de wortels van het deïsme. Aan het evangelie moest alle geloofwaardigheid worden ontzegd, opdat men aan de lusten des vleesches onbeteugeld mocht kunnen voldoen. Meestal verstaat men onder deïsme de meening dat God, na de wereld geschapen te hebben, zich met haar volstrekt niet meer inlaat. Het uurwerk is eenmaal opgewonden en loopt van zelf af. In den grond is deïsme ongeloof aan God en zijn Woord, verheffing der rede boven de openbaring ).

1) S D van Veen, Uit de vorige eeuw. Vier voorlezingen, ter kenschetsing van het kerkelijk en godsdienstig leven in de ^de eouw Utr 1887. Kuypers was 1749- 58 pred. te Nijkerk, 1765- f « hoogl. te Groningen La religion .les Hollandois, Cologne 167.!.

2) Betredende de achttiende eeuw Mosheim, kerkel. geschied d 18de eeuw. Foeke Sjoerds, Kort vertoog van den staat der Kerk. J. A. C. van

Sluiten