Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dinsdag 13 November 1618 aanschouwde Hollands koningin der steden de plechtige opening der Dordtsehe synode. Na gebed en toespraak in twee kerkgebouwen begaven zich staatsgeraachtigden en Nederlandsche afgevaardigden naar de voor deze samenkomst bestemde plaats, de ruime bovenzaal van den kloveniersdoelen, en namen de voor hen bestemde zetels in. Door commissies van predikanten en ouderlingen werden de buitenlandsche godgeleerden uit hun woningen naar de vergaderzaal geleid, en door de commissarissen minzaam ontvangen. Hun ten gevalle bediende men zich steeds van de Latijnsche taal. De pastor loei Balthasar Lydius, en de voorzitter der staatsgemachtigden dr. Martinus Gregorii kanselier van Gelderland, openden daarop de synode. Tegenwoordig bleken te zijn zeven-en-dertig predikanten en negentien ouderlingen, vijf hoogleeraren en achttien commissarissen-politiek met hun secretaris allen uit Nederland, voorts drie-en-twintig godgeleerden uit Groot-Brittanje, de Palts, Hessen, vier gereformeerde steden van Zwitserland, Genève, Bremen en Emden, saam honderd drie personen.

Nog vervult ons eerbied bij een blik op de bekende plaat, die de Dordtsehe synode voorstelt'). We zien dan een langwerpig vierkante zaal, aan drie zijden van drie achter elkander opklimmende banken voorzien. In die banken hebben de synode leden hun bestemde zetels. In de middenruimte staan twee tafels. Aan een korte zijde der zaal loopt midden door de banken een doorgang of

t) Welk een verontwaardiging vervulde weldra de Remonstranten, toen Petrus Molinaeus in de praefatie van zijn Arminianisme schreef, dat wij Remonstranten niet door redenen of argumenten, maar „solo aspectu venerandae Synodi (qua nullam aliam a multis retro saeculis, nee celebiiorem nee sanctioreni nee Ecclesiae utiliorem fuisse nimium turpi et inercenaria oratione adserit) sic perturbatos fuisse, ut cum ante Synodum gestiremus in pugnam et certainen avide poscere videremur, conversis artibus coeperimus <pUyoS<teh lucumque odisse et moras nectere, et quidem perculsi sive metu sive conscientia". Zie hun Acta et scripta, praef. p. 5.

Sluiten