Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is een zonderlinge gang der historie waarop ik thans wijs. De Remonstranten hebben jaren lang de Nederlandsche belijdenis des geloofs bovendien als onnut bestreden. Maar zoo haast zij een zelfstandige broederschap vormden, publiceerden zij zeiven toch ook een „Belijdenisse ofte verklaringhe van 't ghevoelen der leeraren, die in de Gheunieerde Neder-landen Remonstranten worden ghenaemt, over de voornaemste articulen der Christelijcke religie"1). Wel waren er onder hen palstaanders, die iedere confessie onnoodig ja schadelijk vonden. Doch de langdradige voorrede weerlegt hen krachtig, en staaft de noodzakelijkheid der uitgaaf. Vooral was zij een woord van verweer ,,teghsn de onbehoorlijcke ende ongoddelijcke beschuldingen der ghener, die, daer sy selve, al van langhen tijdt, in seer sware ende schadelijcke doolingen steecken, soo in andere puncten, als int stuck van de Fatale Predestinatie, met den aenkleven van dien, als oock van 't Ketterdooden, nochtans daer voor gbehouden zijn, dat sy alleen de rechtsinnige, louter- ende suyverGereformeerde zijn". De belijdenis is gemaakt volgens de eendrachtige toestemming van al de broederen, ook dergenen die in de tuchthuizen opgesloten zijn. Haar naam Verklaring geeft te kennen, dat een Remonstrantsche confessie niet een bindende leerregel, maar slechts uiteenzetting van eigen gevoelen is. Zij gaat spitszinnige quaesties voorbij, en strekt vooral tot de practijk of het dadelijk beleven der christelijke godvruchtigheid.

1) Ghedruckt in 't Jaer ons Heeren 1621 [zonder naam van plaats of drukker]. Voorreden aen den Cliristelijcken leser, bh. 1—31, belijdenisse 35 -136, besluyt 137—139, een soort bericht 140. Confessio, sive declaratio, sententiae pastoruin, qui in Foederalo Belgio Reinonstrantes vocantur, super praecipuis articulis religionis Christianae. Herder-wiici, apud Theodorura Danielis Anno 1622. Praefatio 22 pp., oonfessio 1 78, conclusio 79 sq. Beiden in I.eidsche Bibliotheek, in 4". Het was oorspronkelijk een l.atijnach opstel. De Hollandsche uitgjaf is een overzetting, zie haar laatste blz. Episcopius was auteur. Brandt IV 44: Wagenaar IX 284; Konijnenburch, Lofreden op S. Episcopius 50 vv.

Sluiten