Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar aanleiding der Remonstrantsche conclusie merken Polyander c. s. op, dat hun tegenstanders wel beweren, dat zij de rechtzinnigheid hunner leer veelzins hebben aangetoond. Doch de professoren betreuren, dat zij niet uitsluitend in de vijf Artikelen, maar in meerdere punten van de Gereformeerde kerken afwijken. „Ja zelfs, hetgeen wij niet zonder huivering en smart zeggen, dat zij ook in het fundamenteele artikel der Reformatie, namelijk over de rechtvaardiging, zich gezellen van dien ongelukkigen Socinus betoonen, bepaaldelijk zijn voetstappen drukken, in zaken en leerstukken, in woorden en methode, alzoo dat zij kunnen schijnen dichterbij Socinus te staan dan bij de Gereformeerde kerk".

In dit hun eindoordeel waren de professoren profeten.

„Verdedigingsgeschrift voor de belijdenis ... der Remonstranten tegen het oordeel der vier Leidsche professoren", 1629. In hun opdracht aan de Gedeputeerde Staten van Holland van dit laatste confessie-woord klagen de Remonstranten, dat de Leidsche professoren de Verklaring deiRemonstranten niet zoozeer van dwaling overtuigden, als wel van gelijkheid met hen, van wie eertijds de Oudheid en nu de algemeene opinie gelooft, dat zij gedwaald hebben. Dat voorts de wijde afstand tusschen het Sociniaansch en het Remonstrantsch gevoelen uitdrieèrlei blijkt. Liefelijk zijn hun uitspraken over het Remonstrantsch grondbeginsel. „Onze theologie is practiesch, en gelegen in de

Gedeputeerden en Raden der Staten van Holland en West-lriesland, op wier mandaat de arbeid werd ondernomen, is geteekend door Johannes Polyander Andreas Rivetus, Antonius Walaeus, Antonius Thysius. Praetatio Remonstranten ad lectorem christianuin, bijna 30 pag.Censura praefationis ad loet christ., bijna 100 p. Van al de 25 artt. eerat de Remonstrantsche Confessie sive declaratio, daarna de Censura S. S. Theologiae prolessorum p. 332 sq., conclusio. Quinimo, quod sine horrore et dolore non dicimus etiam in fundainentali reformationis Articulo, puta de Iustificatior.e, infansto' illi Socino sese socios praestant, presse ipsius vestigia premunt, rebus ac dogmatis, verbis et methodo, ita ut Socino propiores quam reformatae Ecclesiae videri possint.

Sluiten