Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om vooral de buitenlandsche leden tot hun taak voor te bereiden, had de volijverige scriba der synode nog

door S. R.. d. i. Simeon Ruytingh predikant te Londen. (W. d. Marnix V., S. III O. I blz. 321; Prof. dr. H. C. Rogge, Beschrijvende catalogus der pamfletten-verzameling van de boekerij d Reinonstr. kerk te Amst., 1862—65, II, 2, blz. 2). Harmonia synodorum Belgicaruin, sive Canones regiminis ecclesiastici in synodis nationalibus, a Reformatione in Uelgio celebratis, constituti, et in Reformatis ecclesiis Belgicis hacteuus observati, breviter in ordinern digesti per S. R., p. 145—162. De 6 bekendesyno'en worden genoemd, Wezel en Emden, Dordrecht 1574 en '78, Middelburg en 's-Gravenhage. De Harmonie is niet een herhaling der Haagsche kerkenordening, want Cap. V luidt: De piophetia. Ex synodis Wesaliensi et Embdana. In Cap. I art. IV betreffende de verkiezing van een predikant trekt onze aandacht: „5. Subscribat Catechismo Heydelbergensi et fide! Confessioni Hispaniarum Regi Anno 1578. [!] exhibitae .Terstond \ erscheen een Ned. vertaling. „Monster vande Nederlantsche verschillen ofte Belydenisse der gherelormeerde kercken in Nederlant. Al waer onder elcken Artijckel bygevoecht zijn de verschillende artijckelen inde welcke hedensdaechs sommighe leeraers der Nederlantsche Kercken, vande aengenome leere schijnen te wijeken .... Alles tot waerschouwinge ende dienste, vande ghemeynte in onse Nederduytsche spraecke overgheset, door Johannes a Lodensteyn, dienaer des goddelijcken woorts tot Soeterwoude. Leyden 1618". Ook hier dat vreemde art. IV. Zie over Specimen en Monster Rogge, II. 1, 21 v. C. Sepp (Het godgeleerd onderwijs, I 246 - 248), voorbijziende de onbeduidendheid der Reinonstrantsche consideraties terwijl de tegenpartij blijkens liet Specimen gewichtige gravamina verwacht had, begeert ten onrechte dat de synode niet de vijf Artikelen maar den inhoud van confessie en catechismus behandeld had, b.v. met het Specimen als leiddraad. En noemt Hommius' boek „zeer partijdig", dat enkel aanhalingen bevat. Over het gezag der confessie spreekt de Piaelatio p. 4 zich zeer juist uit. „Hujusmodi Coufessiones quia conscriptae sunt ab hominibus qui errare potuerunt, non sunt, nee esse possunt, autoritatis avToir.V.-ca ivsjsrirrsi/ (liaec enim praerogativa soli Saciae et Scripturae competit) ad normam verbi divini semper expendi debent, si quis in iis errorein se posse ostendere exislimet. Hanc tauien in Ecclesiis autoritatem obtinere debent, ut habeantur pro publicis receptae in Ecclesiis doctrinae, doctorumque in eadein consensus Formulis, ac pro sententiis, quae communi Eoclesiarum approbatione verho Dei consentire judicantur : quibus proinde debeant subscribere oirines, qui in Ecclesiis illis publico docendi munere fungi volent. Nee unquam pei mittendum est, ut qui Semei Confessioni publicae subsciipsit, autoritate privata quidquam in ea immutet. aut diversum ab ea doceat". Tegenschriften o.a. C. Vorstius. Apologetica responsio ad ea, quao Festus Hommius ipsi iinpegit in libro Controversiaruin Belgicarum, Goudae 1618. En vau S. Episcopius.

Sluiten