Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juist in October 1618 uitgegeven een Latijnschen tekst der Nederlandsche geloofsbelijdenis. Achter elk artikel werd opgegeven, wat veertien Remonstranten blijkens hun openbare schriften leerden. Hommius zelf zal wel gehoopt hebben, dat de synode dezen leiddraad nu zou ter hand nemen. Trouwens het boekje recommandeerde zich zelf. Achter de schermen zal het wel druk geraadpleegd zijn geweest.

Toch kon Hommius' confessie-uitgaaf als zoodanig door de synode niet gebruikt worden. Een niet kerkelijk goedgekeurde uitgaaf van een medestrijder, in den tastbaren vorm van een strijdschrift, ware een zwaard geweest in de hand der Remonstranten.

In het jaar 1612 hadden twee andere Latijnsche uitgaven het licht gezien.

Vooreerst de „Verzameling en samenstelling der geloofsbelijdenissen, die in verschillende koninkrijken en natiën in naam der Kerken authentiek uitgegeven geworden, in zeer beroemde vergaderingen voorgelegd, en met openbaar gezag bevestigd zijn. Waaraan verbonden wordt een katholieke Overeenstemming in alle artikelen der chiistelijke religie, ontleend aan de gevoelens der ouden die kerkvaders genoemd worden. Bij Petrus en Jacobus Chouët [te Genève] 1612". Het derde laatste deel van dezen quartijn was reeds in 1595 afzonderlijk verschenen. Het was opgedragen aan keurvorst Frederik van de Palts. De onderteekenaar der opdracht van toen

Gaspar Laurentius was dus auteur van het gansche werk van 1612.

De beide eerste deelen bevatten dertien Confessies. In deel een komt als vijfde de Confessio Belgica voor. Ziedaar de eerste niet onderbroken Latijnsche uitgaaf der Gereformeerde belij d enisschriften.

De tekst van Laurentius is te Dordrecht om twee nadeelen ter zijde gelegd. Vooreerst was hij vrij onnauwkeurig. En dan miste hij alle kerkelijk cachet.

Sluiten