Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat kon niet gezegd worden van haar mededingster. De lezer herinnere zich het opvlammen in Duitschland van het ultra-Lutheranisme in 1577, en als gevolg daarvan het Bergsche boek dat andersdenkenden verdoemde. Tegenover deze Concordia pia verscheen in 1581 te Genève, in naam der Fransche en Nederlandsche Gereformeerde kerken, „De harmonie van de geloofsbelijdenissen der rechtzinnige en Gereformeerde Kerken". Een monumentale ineenschakeling der verschillende Gereformeerde belijdenissen van alle landen. Een boek met een geschiedenis. Een soort gedenkzuil, bekend en geliefd in de gansche Hervormde wereld.

De elf confessies komen er echter stuksgewijs in voor. Over negentien onderwerpen worden nu eens geheele artikelen, dan weer gedeelten er van saamgelezen. Dat zal wel een bezwaar zijn gebleken. Op de Dordtsche synode had men de eerste editie der Harmonie onmogelijk kunnen gebruiken ').

Gelukkig verscheen in 1612 een tweede uitgaaf. Haar verhief de historie ver boven Laurentius' werk. Zij bevat de confessies ieder in haar geheel. De tekst bleef woordelijk dezelfde van 1581. Voetius zegt uitdrukkelijk, dat niet de eerste maar de tweede uitgaaf, te Dordrecht gebruikt werd. Ook elders wordt zij als toen gebruikt genoemd. De tekst van „De harmonie van de geloofsbelijdenissen van 1612, „utpote orbi Christiano notissimum [als zijnde in de gansche Christenheid het meest

eindigt „Multo clarius se ille in sacro suo verbo patelecit" etc. Daar Laurentius heeft. „At multo clarius et manifestius deinceps se ipsum nobis ille in sacro suo et divino verbo patefacit". Heeft Laurentius een eenigen Franschen of Nederl. tekst vertaald, of uit sommige uitgaven een nieuwe

overzetting vervaardigd? Zijn Catholicus Consensus, Pars III p. 1 32H,

die ook de Roomsche patres der middeleeuwen omvat, is een monument van geleerdheid. De twee,Ie ver meerderde uitgaat van het Syntagma, Genéve 165*, neemt o.a. op de confessie van Cyrillus patriarch van Constantinopel 1631.

1) Zie mijn VI, § 4, 93 -9tj; VIII, § 4, 281—2H6.

Sluiten