Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der overheid worden gedaan. Stoere karakters waren daartoe ongezind, flauwhartigen bleken tot het uiterste bereid, gematigden zagen hun wenschen in de nieuwe kerkorde belichaamd. De Haagsche kerkenorde van 1586 werd in den geest der politieken herzien, en tot Dordtsche kerkenordening getransformeerd ').

Het redigeeren der nieuwe kerkenordening werd aan eenige deputaten opgedragen. Deze werkten zoo weinig nauwkeurig, dat sommige artikelen in strijd zijn met de besluiten der synode2). Daarop ging de Dordtsche kerkenordening naar de Generale Staten ter goedkeuring. Hunne Hoogmogenden drongen bij sommige provinciale Staten sterk op aanneming aan. Vooral Friesland weigerde halsstarrig. De Hollandsche Staten wijzigden de kerkorde zeer aanmerkelijk, approbeerden haar niet, en lieten ten slotte alles zooals het was. Zeeland volhardde bij de kerkorde van 1591, Groningen bij die van 1595. Drenthe ontwierp zelfs in 1633 een nieuwe kerkorde. Alleen in Overijssel, Utrecht en Gelderland werd de Dordtsche kerkorde door de Staten geapprobeerd. De autorisatie bij de Generale Staten kon dus geen voortgang hebben.

De wensch naar een nationale kerkenordening voor alle Provinciën bleef dus een vrome wensch. Maar de practijk maakte nog veel goed. De kerkenordeningen

7) Het gehate art. 34 der Haagsche kerkorde bleef. „Ende sal oock de Magistraet vande plaetse respectivelijuk, indient haur ghelieft, een ofte twee vanden haren, wesende Litmatcn der Gliemcente, by den KerckenRaet mogen hebben, om te aenhooren ende mede vande voorvallende saecken te delibereren". Prof. dr. Rutgers, Acta 49~>. Het patronaatsrecht werd gesanctioneerd. De overheid ontving nog grooter invloed dan ze reeds had by de beroeping van dienaren des Woords. Ziedaar belangrijke concessies. Ze lijn helaas vruchteloos gebleken.

8) B.v. de artt. 53 en 54 schrijven voor, dat dienaren des Woords, theologische professoren en schoolmeesters de belijdenis des geloofs. Het besluit houdt in, dat zij de drie formulieren van eenigheid moeten onderteekenen. Dr. H. H. Kuyper, 310 v.

12

Sluiten