is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lier van onderteeckeningh van Confessie ende Catechismo . Vier gedeputeerden uit deze colleges hebben dus de formulieren van onderteekening opgesteld.

Had de internationale synode het schriftuurlijk karakter der Nederlandsche belijdenis des geloofs plechtig uitgesproken, de nationale synode verbond de leeraren zeei beslist tot handhaving der confessie. In hoever hieraan de hand gehouden werd, zal ons volgend onderzoek moeten uitwijzen. Voor den bespottelijken toestand der twintigste eeuw, „leervrijheid der kerk eene kerkelijke absurditeit" (Prof. Dr. J. I. Doedes), heeft de zeventiende eeuw zich zoeken te wachten. Voor die ernstige poging verdient ons voorgeslacht allen lof.

Vrijdagmiddag 17 Mei 1619 in zitting 164 nam de Dordtsche synode een besluit, dat langer dan twee eeuwen zou gelden ■).

1) Ypeij en Rei mout, I 453: Dit formulier... is van alle... predikanten ... tot heden toe [1K19] onderteekend geworden. Dr. Kuyper, 119 v., 123 v., 132—134, 150, 166, 186—1H8, 193—201, 514. Over schoolmeesters, rectoren en prolessoren later. De synode droeg dus de invoering van hel formulier aan de classes op. In vele of alle classes gelijk ons vorig hoofdstuk schetsste, en bij provinciale synoden waren reeds lang dergelijke formulieren in gebruik. De classis Alkmaar stelde 21 Sept. 1608 er een vast. Trigland 489. Dat der classis Buren van 1610 noemt uitdrukkelijk de ketterij van Arminius. De synode van Veere 17—27 Mei 1610 ontwierp een formulier, en regels betreffende het recht van appel. De Geldersche synode van 1612 en de Zuid-Hollandsche van 1618 volgden het voorbeeld. Van dit apparaat heeft de Dordtsche „commissie van vier" gebruik gemaakt.

Tot myn leedwezen geeft dr. Kuyper niet den tekst der Dordtsche kerkenordening. Zie haar bij C. Hooyer, Oude kerkordeningen 1865, 449—4:,9. De artt. V7 en 18 der Haagsche kerkenordening werden onveranderd in de Dordtsche overgenomen als artt. 53 en 54. Aan dienaren des Woords, theologische professoren en schoolmeesters schrijven zij onderteekening der belijdenis voor, bij weigering der predikanten met bedreiging van schorsing en afzetting. Zie VIII, § 6, 94.

Ook is de synode, wat betreft de onderteekening der belijdenisschriften door ouderlingen en diakenen, op haar besluit in de 164ste sessie genomen, teruggekomen; „aengaende het onderteeckenen van de Ouderlingen ende Diaconen (waervan hierboven sessione 1;>6 (d.i. 164) gewach