is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Predikanten, classen en provinciale synoden beijverden zich vergeefs, om het verschil op te heffen. Onnauwkeurigheid deed nieuwe fouten in den tekst insluipen. Vóór de Dordtsche synode stond wel de inhoud, geenszins de bewoording der belijdenis vast.

Eerst had de internationale synode de Remonstrantsche consideraties, als grootendeels den tekst der confessie geldende, voorloopig ter zijde gelegd. Doch toen men de openbare lezing, onderzoeking en goedkeuring der confessie ter hand nam, dook het tekstverschil van zelf weer op. „Daer viel een vraeg voor, welke druk der Nederlandsche belijdenisse voor de beste en rechte gehouden mogt worden, nadermael de drukken daer van veel verschilden. De Sinode stelt voor vast, dat die druk ghelesen sou worden, en oversien, welke gevoegd word in den Bondel der belijdenissen van de gereformeerde kerken : die wierd derhalven voorgelesen" ').

Reeds in haar eerste nazitting koos de synode een commissie van vijf leden tot het werk der revisie. Welk een gelukkige keus! Thysius, Hommius en Faukelius hadden reeds ieder op eigen gelegenheid een critische uitgaaf der confessie bezorgd2). De regent van het Waalsch

1) Van hen die den volgenden dag het eerst hun oordeel over de belijdenis moesten uitbrengen, de Engelschen, heet het: „Se merkten daer in eenighe kleine dingen aen, maer die seer licht uit de overeen-ghebrachte exemplaeren in den verbeterden en nieuwen druk, dien se voor hebben, verbeterd konden worden''. Uit de middagzitting staat van andere vreemden vermeld: „Se versoeken om de verscheidenheid der drukken, dat er een seker naukeurig afschrift beschreven sou worden, hetwelk door het gesag der Staeten Generael bevestigd moest worden". In de brieven van den deputaat der Sehotsche kerken Gualtherus Balcanquallus aan den Engelschen gezant Dudley Carleton, in Ned. vertaling uilgeg. als Koite bist. v. h. syn. v. Do., ter Goude 1671. 36'2—367.

2) Thysius in Corpus doctrinae 1615, geeft naast elkander Ned. teksten van 1563 en 1583. Hommius in Specimen controversiaruin Belgicarum 1618, geeft nieuwen l.at. tekst, en in zijn vertaling „Monster" een Ned. tekst. Faukelius bezorgde de standaardeditie van K. Schilders te Middelburg 1611, waarin Ned. en Fransche teksten van 1566.