Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vanwaar die reverentie ? Blijkbaar uit kerkelijken zin. Nederduitsche kerken mochten niet de belijdenis der Waalsche kerken verbeteren, ook niet al bezaten beiden een in substantie gemeenschappelijke confessie. Dat zij haar uitgaven, was reeds een bedenkelijk naderen tot de uiterste grens der bescheidenheid. Het geschiedde noode, enkel tot toelichting van den Hollandschen tekst. Niemand kon er destijds een uitgaaf der Waalsche kerken in begroeten. Ook is een editie geen exemplaar. Men verwijdert zich dunkt mij wat heel ver van den kerkelijken geest onzer voorgeslachten, wanneer men de Zeeuwsche uitgaaf voor „het authentiek exemplaar der Waalsche kerken" houdt.

Doch er is meer. In opdracht der Waalsche synode van Leiden 1667 bezorgde Antoine Hulsius in 1669 een Fransche uitgaaf der Nederlandsche belijdenis desgeloofs. In de voorrede zegt de Waalsche predikant van Breda opmerkelijke dingen. Vooreerst spreekt hij van bovengenoemde uitgaaf der Fransche confessie van 1611 als van een editie der Zeeuwsche niet der Waalsche kerken ').

Daarna gewaagt Hulsius van een oude zede der Waalsche predikanten. Sedert het besluit der synode van Antwerpen 1580, plachten zij de confessie te onderteekenen. De belijdenis zelve bezat men in een oud manuscript van het jaar 1580, waarvan de letters „door het tijdsverloop zijn beginnen te verbleeken"-). Dit handschrift acht Hul-

veivangen door „wy kennen hem door twee middelen", in art. 10 werd „eyghen beelt der substantie des Vaders" vervangen door „het uytghedrukte beelt der selfstandigheyt des Vaders". De Fransche tekst behield „nous le cognoissons en deux sortes". en „propre image de la substante du Pere".

Herdrukken van 1726 en 1769 zijn in mijn beiit. Ik bezig dien van 1769. „Ce dessein [de cette nouvelle edition de 1'An 1669] n'estoit point sans exemple, voyant que les Eglises de Zelande en avoyent aulrefois usé de mesme, quand en 1'An 1611. elles furent publier la Confession de Foy en deux Langues, Flainande et Walonne". Préface p. 4.

2) „par le laps du leinps ont cominencé a s'effacer". Dit perkamenten

Sluiten