is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pransche kercken tot noch toe voor autentijck is ghehouden gheweest", het Fransche document van 1580 bedoeld is. Bij de vergelijking van de edities der confessie zou de commissie „insonderheyt letten" op dat handschrift ').

Van het Leidsche manuscript zijn dus vijf afschriften voor de commissie, en ongeveer zeventig voor de synode vervaardigd. En toen later Daniël Colonius in de synode den verbeterden Franschen tekst voorlas, las hij den tekst van 1580. Deze is te Dordrecht herzien, en de Fransche confessie der Dordtsche synode geworden.

Welke Latijnsche en Nederlandsche edities de commissie ten grondslag van haar werkzaamheid legde, blijkt officieel in geen enkel opzicht. Wat den Nederlandschen tekst betreft, meent dr. Kuyper zeer beslist, dat men de standaarduitgaaf van 1611 der Zeeuwsche synode ge-

1) l)r. Kuyper meent dat het van zelf spreekt, dat niet het handschrift van 15K0, maar wel de standaarduitgaaf van 1611 der Zeeuwsche synode te Dordt gebruikt is. Zijn argumenten konden mij niet overtuigen. „Het toen reeds op verschillende plaatsen onleesbaar perkamenten handschrift van 1580" is een veel te sterke uitdrukking. Wel /.egt llulsius in 1668: „les caracteres ... sentans i'antiquité, par le laps du temps onl „commencé" a s'etTacer". Maar in 1910 kon ik het keurig handschrift nog vrij wel ontcijferen. Dat de Zeeuwsche uitgaaf den dubbelen tekst gaf, was voor de synode geen beslissende reden om haar te gebruiken. Dat de synode ten slotte heeft goedgekeurd twee exemplaren „in beide talen gesteld", bewijst in> i. niet dat zij een reeds bestaande uitgaaf niet dubbelen tekst, wel dat zij nieuwe Ned. en Fransche teksten sanctioneerde. Ook dr. v. Toorenenbergen (blz. 4) is van het gevoelen van dr. Kuyper, doch geelt geen bewijzen. Hulsius, die de edities van 11)80 en van 1611 vergeleek, stelt hun woordelijke overeenstemming vast, in deze uitdrukkingen : „Orcette Kdition [c. a. d. de 1'An 1611] estant confrontée avec nostre Manuscrit Walon, on y trouve une conformité si exacte, qu' a peine il y a une I.eltre a redire'' (Préface p. 6 s.). Hij heeft echter de verschillende redactie van art. 10 over het hoofd gezien. In 1580 staat enkel: „comme ces tesinoignages nous enseignent". Er ontbreekt nog de toevoeging van 1566: „wanneer zij inet elkander vergeleken worden". 1611 heeft de toevoeging opgenomen : „estans rapportez l'un a 1'autre". Ziet Hulsius echter in hoofdzaak juist, dan zijn 1580 en 1611 aan elkander gelijk. Hiermee zou dan de vraag vervallen, wie van beiden te Dordt gebruikt is.