Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schikte, maar hij viel door eigen schuld. (Inst. III 23,8) *).

In artikel 14 bevatten oudere edities sinds 1566: „te connen doen al dat hy wil, de pouvoir faire ce qu'il

nos esset, sed ut Considerationes perpendendas haec exhibemus, quae ad illustrandam Confessionis et Catechismi raentem non parum facient; forte etiam muita propius considerandi occasionem luculentam Synodo praebebunt.... Alias Considerationes ad seripta illa .,.. non habemus. Dertien generale consideraties, p. 86 sq. II. An non haec primaria cura Synodi Nationalis esse debeat, ut ex variarum Ecclesiarum Confessionibus una forrnetur, quae ab omnibus Ecclesiis recipiatur. 1*2. Cuin tanta sit exemplanum Confessionis lielgicae varietas, quodnam pro authentico haberi debeat. Speciales considerationes circa confessionein, p. K7—99, scil. ad titulum, ad art. ï, II etc. Over de artt. 3, 10, 11, 15, 19, '26 geen aanmerkingen.

1) Nauwkeurigheid is niet de hoofddeugd van schrijvers der zeventiende eeuw. De lout der Dordtsche synode werd gedurig gemaakt. Ordinantie of ordonnantie, zelfs voorzienigheid of voorzichtigheid, men lette destijds te weinig op het verschil tusschen die beiden. In de Geldersche synode van Arnhem 1618 werden langdurige disputen gehouden tusschen Remonstranten en Contra-remonstranten, ook over art. 13 onzer confessie. In hun geschrift van Febr. 1618 aan het Hol' van Gelderland, in de synode behandeld, antwoordden de Remonstranten: „UI. Vooreerst bestraffen die broeders in onse antwoordt, dat wij in articulo de providentia Dei [in het artikel over de voorzienigheid Gods, art. l.'J] in plaetse van haere woorden ten aensien van Godes ordonnantie niet bij gevalle maer noitsaecklick geschieden sustinieren dese Goedes providentie onderworpen ende Godt den Heere seeckerlick ende onfeilbaerlick bekent te sijn. IV. Welcke onse woorden die broederen seggen den sin onses Catechismi quaest. 26, k27 ende onser Confessie arl. [lees: art.] XIII entegens te sijn, daer van Godes ordinantie ende eewigen raedt ende voorsichticheijt [!] gesproocken wordt". Het debat betrelt n. in. de vraag, of de dingen noodzakelijk, krachtens besluit en bevel Gods, geschieden. Dit volgt naar contra-reinonstrantsch gevoelen uit Gods eeuwig raadsbesluit. De Remonstranten ontkennen „die nootsaeckeJickheijt in allen dinghen die huns erachtens noch iu de Schriftuur noch in confessie er» catechismus gevonden wordt. Zij vreezen dat uit de noodzakelijkheid aller dingen voortvloeit een ook door hun tegenstanders verworpen stelling, te weten dat God de Heere de menschen tot de zonde noodzaakt en een oorzaak is van de zonde.

„4. Dat dijrgelycke opinien by den broederen sehuijit. sal mogelick oick kommen te blycken vuijth haere verclaronghe, die wij versoecken dat sij willen doen op het woordt ordonnantie, twelck die broederen citiei en vuijth die Conferentie [N. B! andere codices hebben „Confessie J articulo XIIl omme daervuijth tho besluyten, dat wij haere noitsaecklickheyt behoiren

Sluiten