Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de cracht van de onderteeckeninge in sich begrypende, by seeckere broederen was ontstaen, in voegen dat het classis, voorhebbende de voornoemde onderteeckeninge, achtervolgende tbesluyt des synodi daervan synde, in het werck te stellen, eerstraael drie predicanten, met naemen Adriaen Claesz tot Bergen ende Schoorle, Aris Volckertsz tot Outdorp ende Oterleek en Jan Evertsz tot Egmont op de Hoeve ende op Zee, ende daernaer oock een seecker jongman, genaemt Wilhelmus Lomannus, die noch nieuwelyncx was beroepen ende gevordert tot den kerckendienst voor die van Haringhuysen, maer noch niet toegelaten tot een lidt des classis, geweygert hebben de onderteeckeninge voorsz. te doen, doch also dat sy wel begeerden te onderteeckenen de Confessie maer niet

den Catechismo".

Twee weigeraars beriepen zich op de Staten, welke verboden dat men hen in hun dienst hinderlijk zou zijn. Het classicale antwoord aan de Staten werd der synode medegedeeld, „ende door wat cracht van redenen betoont [was] de voorgemelde saecke niet nieuw maar van te voren al gebruyckt te wesen". Tegenover „de dolerende vier predicanten" stelde de synode de classis in het gelijk, en zou door haar gedeputeerden bij de Staten „vertogen, hoe nodich het is, dat de kercken bij haar recht blijven"').

Het voorspel van den strijd tusschen kerk en staat

formulier van ondertekening in Provisionele ontdeckinge, iie straks, bli. 51; en Ds. Knipscheer, !». Zg behelsde de gewone verklaring, niets meer.

1) Onder haar acta prtfkt de oneer der tyrannie. „Ex hoe tempore, anno 1608 usque ad annum Ilomini 1618, propter commotas turbas ac dissidia in ecclesia celebrari annuus synodalis conventus pro inore consueto nequivit, usque dum a restauratione cum ecclesiastici tum politici status synodus provincialis et postmodum nationalis Ordinum publica authoritate anno 1618 fuerit convocata".

Sluiten