Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kloeke uiteenzetting van zijn godsdienstige meeningen, lucht Venator zijn woede aan het kleine boekje, dat hem als onrechtzinnig doet kennen. „De Remonstrant can niet ghelooven, dat neffens de Schriftuere der Christenheyt, oft de Nederlantsche Confessie, oft Heydelberghsche Catechismus noodigh zijn, oft eenighe andere Geloofsbelijdenissen noch boven 't Apostolisch Symbolum : soo dat sonder die, de Kercke nochte zijn, nochte wel zijn soude connen. Veel min, dat dese formulieren zijn Norma sensus Scripturae [regel van den zin der Schrift], een richtsnoer van den sin der Schriftueren ... Dat de selve Boecxkens souden voorts als muylbanden zijn, waer mede de Predicanten in 't leeren souden ghebreydelt worden". Voorts bekent hij, dat deze schriften van dwalingen te suspecteeren zijn, als zijnde niet geschreven van heilige mannen gedreven door den Geest Gods ').

Met deze woorden ontzegt Venator eenvoudig aan confessie en catechismus alle recht van bestaan. Er is geen kerkleer. Er besta dus ook geen vaststelling der kerkleer

in een boek.

Een andere uitspraak vereischt toelichting.

Te Nijmegen in den dienst geëxamineerd, trad Venator in 1597 te Alkmaar als candidaat in zijn bediening. Eerst vijftien jaar later schrijft hij daarvan: „lek wilt vrymoedelijck bekennen, 'ken hebbe niet vorstaen, so ick my tot den Kercklijcken dienst begaf, dat ick yet anders soude leeren, nochte aen eenigen anderen richtsnoer, als alleen de H. Schriftuere verbonden blijven.

1) Nootwendigh historisch verhael 162. Straks Een besonder tractaet 30 en 47. H. Q. Janssen, Catalogus van het oud synodaal archief, vermeldt blz. 19 sub 45: „Censura over Venator: 1609, 1610. Bewys, dat Adolphus Venator is afgeweken van 't gevoelen der Gerelormeerde kerk hier te lande, 3 Mei 1613; alsmede: Eene copie van de conditiën, op welke de classis en dolerende gemeente van Alkmaar verstaan, om te vereenigen met „Pijnakero en Bodechero" ; mitsgaders aan buitenpredikanten, die met hen eens zijn. De copie is uitgegeven 3 Maart 1613". Philippus Pijnacker en Nicolaes Bodicher waren later Venator's auibtgenooten

Sluiten