Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want de particuliere synoden zijn tien jaar lang afgesneden geweest, worden gelezen. Die beide classes geldt:

„Aengaende het 11 artyckel [der synode van 1608] is ingebracht, de onderteeckenynge van Confessie ende Catechismus by alle | de classen gedaen te zyn wtgesondert by eenige in de classen van Alckmaer ende Hoorn, die daerover zwaricheyt maeckten".

Hoe men dienaangaande handelde, blijkt nergens. Niet minder dan zeven dagen besteedde de synode aan het uit den weg ruimen der Haarlemsche zwarigheden.

Voorts letten wij op de gravamina II en III der classis Alkmaar.

„2. Of niet wel gedaen is van onsen classe, willende dat Confessie ende Cathechismus met onse bygevoechde acte als formulieren van eenicheyt in de leere van alle leden derzelver onderteeckent werde, ende of se niet en zyn te bestraften, die sich hiertegen hebben geopponeert ?

Antwoort jae, dewyle zulcx int naestgehouden synodus tot Hoorn art. 23 al is geapprobeert geweest.

3. Of oock de leere Adolphi Venatoris ende andere diergelycken zy conform Godes woort ende de leere der Ghereformeerder kercken, in Confessie ende Catechismus begrepen ?

Antwoort neen, verstaende by de leere Adolphi tgene tusschen hem ende de Gereformeerde kercken controvers [geschilpunt] is".

Dit is een van de eerste malen, dat confessie en catechismus formulieren van eenigheid genoemd worden.

Natuurlijk zijn de acten dezer synode doorspekt met opmerkingen over de predikanten, die „gansschelyck vant gevoelen der Gereformeerde kercke zyn afgeweken' . Tot de „particuliere questien van Amsterdam" behoort:

„2. Of niet de professores in de academien, inzonderheyt de professoren theologiae, behooren de Nederlantsche Confessie ende Catechismus te onderteeckenen, gelyck de predicanten gehouden syn?

Sluiten