Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

modatie vande Remonstranten aen te gaen, te spreecken, ofte adviseeren, in preiudicie [ten nadeel] vande voorsz Canones Synodales en besluijten, op pene, dat de voorsz Classis sal vermoogen den geenen, die daer teegen bevonden sal worden gedaen te hebben, te censureeren naer geleegentheyt van saecke, oock tot suspensie en deportement toe, welke censure wij onderges. mits deesen ons elck hooft voor hooft onderwerpen" ').

In de synode van Amsterdam 1628 werd geconstateerd, dat alle classen de anti-remonstrantsche resolutie reeds hadden volvoerd. Niemand schijnt zich verzet te hebben. Men was algemeen tegen het Remonstrantisme ingenomen. Zelfs tot de koloniën werd de maatregel uitgebreid.

„15. Op het 33". art: vervatende de onderteeckeninge vande acte daer gestelt hebben de respective Gecommitteerden der Classen verclaert deselve bij hunne Classen gesamentlijck te sijn onderteekent, verstaet voorts de Sijnodus, dat conform t' exempel van de Classe en kerke van Amsterdam en Enchuysen aen deese onderteeckeninge, als oock der acte Sijn: Nat. gehouden sullen sijn, de Predikanten die nae Oost ofte West Indien sullen gesonden werden, gelijck hetselve de Correspondenten daer Cameren sijn mede wort gerecommandeert" 2).

Uit een onderzoek in de classis Alkmaar ingesteld bleek mij, dat de resolutie der synode van Haarlem 1627 lange jaren van kracht bleef. Nog berust in de bibliotheek van het stedelijk museum aldaar het confessieboekje der classis Alkmaar een vinger dik, op den rug van welks leeren band staat: „Formulieren van eenig

1) De acte ook bij Ypeij en Dermout, t. a. p. blz. 227.

2) De Oost-Indische Compagnie had zes Kamers, te weten Amsterdam, Middelburg. Delft, Botterdam, lloorn en lonkhuizen; en een bestuur van zeventien Bewindhebbers, uit de zestig Directeurs der Kamers. — Art. 21 der acten luidt: Tot wering der Arminiaansche factie en conventiculen art, 44 geroerd, hebben de Gedeputeerden bij den Prins en de Staten van Holland hun devoir gedaan.

Sluiten