Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is het doeltreffend, onrechtzinnigheid door onderschrijving van formulieren te willen keeren? Over het antwoord op deze vraag kan men verschillend oordeelen. Doch een feit is het, dat ondanks het opleven van het Remonstrantisme na de groote synode, Neerlands kerk na 1627 weinig last meer had van de leer der verslagen tegenpartij. Is dit ook toe te schrijven aan deDordtsche en Haarlemsche onderteekenings-formulieren der jaren XIX en XXVII?

Ook tegen godsdienstige samenkomsten der Remonstranten bleven opeenvolgende synoden waken. Typeerend is artikel 21 der synode van Amsterdam 1628.

„Tot wering der Arminiaansche factie en conventiculen art. 44 geroerd, hebben de Gedeputeerden bij den Prins en de Staten van Holland hun devoir gedaan".

In diezelfde vergadering gaf een gravamen der Amsterdamsche classis aanleiding tot het op nieuw behandelen der Remonstrantsche dwaling op den kansel.

„24. Gravamina Classis Amstelodamensis. I. Alsoo men dagelijks meer en meer hoort en verneemt, dat bij eenige niet weijnig in twijfel getrocken wort, de wichtichheijt en nootsaeckelijckheijt der vijf bekende art: der Remonstranten: Off niet bij deese geleegenheijt hoognoodig en sij, dat de Predikanten van de respective Classen van Noort Hollant naerder vermaent werden, om volgende de resolutie des Syn: Nat: de dwalingen der Remonstranten met ernst openbaerlijck op den Predicstoel te weederleggen?

van verzoening aan ile hand, dat op onderdrukking der Remonstranten uitliep. Kon critiek daarop verscheen als Consideratien van eenighe Ledematen vande ware, suyvere, christelijeke ghereformeerde Kercke, op 't lioecxken van C. v(an) D(ungen). Z. pl. 1627 Ken andere vredespoging waagde II. Grotius, Votuin pro pace ecclesiastica, contra examen Andreae Hiveti et alios irreconciliahiles, s. I. HS42. Rivet antwoordde door zijn Apologeticns contra H. Grotii Votum. 1Ü43.

Sluiten